De sociale illusie

Nederland is een rijk land gebouwd op solidariteit: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. In Nederland hoeft niemand honger te lijden of ziek te zijn. Voor iedereen is er een potje geld en zorg als het tegenzit. Het is een sprookje waar we graag in geloven. De praktijk is een stuk weerbarstiger. Uitkeringen zijn teruggebracht tot een sociaal minimum en omvatten een woud aan voorwaarden en strafmaatregelen bij overtreding. Zorgverlening, geestelijk en lichamelijk, is gedecimeerd tot het allernoodzakelijkste. Langdurige zorg of hulpmiddelen ontvang je alleen nog als het echt niet anders kan en dan ook alleen voor de laagste prijs. Het aantal daklozen en verwarde personen stijgt al jaren, de jeugdzorg wordt overspoeld door jongeren met steeds ernstigere problemen en een groeiend aantal burgers raakt verstrikt in een web van complexe wet- en regelgeving die uitsluitend tot doel heeft zo min mogelijk uit te keren.

Met alle miljoenen verslindende mislukte IT-projecten, budgetoverschrijdingen, onderzoekcommissies en parlementaire enquêtes van de afgelopen jaren, lijkt het al snel alsof de overheid bulkt van het geld. Maar als er gestemd moet worden over een loonsverhoging van zorgpersoneel, rennen politici de Tweede Kamer uit en als er vluchtelingen van een Grieks eiland gered moeten worden, dan geven wij niet thuis.  En dat geeft te denken: zijn wij wel echt zo rijk? En als wij zo rijk zijn, waarom moeten wij dan steeds meer belasting betalen en krijgen wij daar steeds minder voor terug? Is ons sociaal stelsel wel zo sociaal en solidair of lijkt dat alleen maar zo?

Een korte terugblik

Koning Willem II

Het is 1848. In het dan nog aristocratische Europa komen burgers in opstand voor betere leefomstandigheden en meer inspraak. Het jaar van de revoluties leidt in Nederland tot een grondwetswijziging waarbij de macht van de koning voor een groot deel wordt overgedragen aan de Tweede Kamer. De parlementaire democratie is geboren. Zes jaar later wordt de eerste sociale voorziening, de Armenwet, in het leven geroepen. De gedachte achter deze wet is dat het beter is om de armen een klein beetje geld te geven dan om een opstand te riskeren. Erg uitgebreid is deze armenregeling niet: liefdadigheid moet zoveel mogelijk worden overgelaten aan de kerk. Met de tanende invloed van de kerk komt de zorg voor de armen door de jaren heen steeds meer bij de overheid te liggen. En als in 1965 de Algemene Bijstandswet wordt ingevoerd, is armenzorg door de overheid juridisch en economisch een feit.

Begin 20e eeuw begint Nederland met sociale verzekeringen om armoede na ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en ouderdom op te vangen. Deelname is dan nog vrijwillig en de uitkeringen karig. Pas na de tweede wereldoorlog wordt Nederland echt sociaal. In een relatief korte periode wordt er een volledig sociaal stelsel uit de grond gestampt en kent Nederland bescherming voor werklozen (1949), ouderen (1956), weduwen en wezen (1959), kinderen (1962),  ziekte (1964), armoede (1965), arbeidsongeschiktheid (1966) en  langdurige zorg (1967). Het oorspronkelijke uitgebreide stelsel heeft het niet lang volgehouden. Tot midden jaren zeventig kunnen de almaar stijgende kosten van het sociale stelsel nog gefinancierd worden uit stijgende belasting- en premieopbrengsten. Maar eind jaren ’70 blijkt het stelsel al onhoudbaar als duidelijk wordt dat de hoge belastingen de concurrentiepositie van Nederland schaden en de werkloosheid naar grote hoogte stijgt. Om de economische positie van Nederland te herstellen wordt er begin jaren ‘80 hard gesneden in het sociale stelsel. Bezuinigingen die zich in latere jaren nog vele malen zullen herhalen.

Het is 2015. De overgang van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij is met de invoering van de participatiewet voltooid. We moeten meer zelf doen met minder. De overheid draagt alleen nog bij tot een sociaal acceptabel minimum en dan ook alleen als het echt niet anders kan. Sociaal gezien zijn we teruggevallen naar een vooroorlogs niveau. Maar de uitgaven voor sociale zekerheid blijven stijgen en daarmee ook onze belastingdruk om alles te financieren. Wat is er toch aan de hand?  

Wat kost sociaal zijn?

Laten we beginnen met de ontwikkeling van de overheidsinkomsten en -uitgaven sinds de invoering van ons sociaal stelsel eind jaren ’60 van de vorige eeuw:

Bron: CBS

Drie dingen vallen op. Allereerst kan niemand er om heen dat de overheidsuitgaven in 50 jaar tijd enorm zijn gestegen. Gaf de overheid in 1969 nog ‘slechts’ € 22 miljard uit, in 2019 is dit bedrag naar € 384 miljard gestegen. Tellen we daar de uitgaven van de sociale fondsen bij op, dan gaan we al snel richting de € 500 miljard . En dat is nog voordat Corona naar ons land kwam. Deze groei in uitgaven kan slechts voor een deel worden toegerekend aan bevolkingsgroei: de bevolking is in 50 jaar tijd met 36% gegroeid, maar de overheidsuitgaven per persoon zijn in diezelfde periode vertienvoudigd.

Wat ook opvalt is dat, ondanks alle bezuinigingen op het sociaal stelsel sinds 1982, de overheidsuitgaven en de sociale uitkeringen niet zijn gedaald. Hooguit zijn de uitgaven minder sterk gestegen. Het is ons in de afgelopen 50 jaar dus niet gelukt om de uitgaven te beteugelen.   

Verder zien we dat in bijna alle jaren de overheidsuitgaven hoger zijn dan de inkomsten. In slechts zeven van de vijftig jaren heeft de overheid minder uitgegeven dan zij binnenkreeg. En vier van deze jaren liggen na de invoering van de participatiemaatschappij in 2015. In alle andere jaren heeft de overheid geld geleend om haar uitgaven te financieren. Maar dat geld zien we niet meer terug. Alsof je een lening afsluit om brood bij de bakker te kopen. Inmiddels torsen we een overheidsschuld van € 434 miljard met ons mee, een erfenis van schuld omdat we in eerdere jaren meer geld uitgaven dan we hadden. Dit is ook meteen de belangrijkste tekortkoming van ons huidig sociaal stelsel. Het is gebaseerd op eeuwige groei: eeuwige groei aan belastinginkomsten en sociale premies om te kunnen blijven bestaan. Het is niet zo dat we er nu na 40 jaar pas achter komen dat ons sociaal stelsel niet meer houdbaar is: het is nooit houdbaar geweest![1]

De financiering van ons sociaal stelsel

De overheid tovert geen geld uit een hoge hoed. De overheid heeft inkomsten omdat wij met zijn allen belasting betalen. Onderstaande grafiek geeft de belastinginkomsten van de overheid weer over de afgelopen 20 jaar:

Bron: CBS. Het gaat hier om de totale belastinginkomsten van huishoudens en bedrijven.[2]

Om de overheidsuitgaven te kunnen blijven financieren, betalen we met zijn allen elk jaar meer belasting. Natuurlijk pikt de overheid een graantje mee als onze salarissen stijgen. Maar het overgrote deel van de gestegen belastinginkomsten komt door hogere belastingen: het belastingtarief in de eerste schijf is in 2013 met 4% verhoogd. We betalen meer BTW, meer energiebelasting, meer accijns, meer autobelastingen en meer gemeentelijke lasten. Bedrijven betalen steeds meer milieubelastingen en assurantiebelastingen en corporaties betalen een fikse verhuurdersheffing. Slechts een klein deel van de belastinginkomsten wordt gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn opgehaald. Het gros van de belastinginkomsten heeft als doel ons sociaal stelsel in stand te houden.

Hoe komt het dat wij met al deze belastingstijgingen nog steeds het hoofd boven water houden? Dat komt omdat we meer zijn gaan werken.[3] In de afgelopen 20 jaar zijn vrouwen massaal aan het werk gegaan. Het kostwinnaarsmodel is vervangen door het tweeverdienersmodel. Maar wat de een emancipatie noemt, is voor de ander bittere noodzaak om te overleven. Alleen de hoogste inkomens kunnen het zich nog veroorloven om op één inkomen te leven. Sociaal zijn betekent in de praktijk dus vooral: steeds meer belasting betalen. En om steeds meer belasting te kunnen betalen, zullen wij steeds harder moeten werken.

Waar gaat al ons belastinggeld naartoe?

Onderstaande tabel geeft weer hoe de overheid in de afgelopen 20 jaar ons belastinggeld en sociale premies heeft besteed:

Bron: CBS

In 20 jaar tijd zijn de overheidsuitgaven met € 216 miljard per jaar gestegen. 77% van deze stijging komt door hogere uitgaven aan zorg en sociale zekerheid. 10% kan worden toegerekend aan het onderwijs. De rest (13%) komt voor rekening van de overige ministeries. In 2019 gaf de overheid al meer dan € 300 miljard uit aan zorg en sociale zekerheid. En het einde van de stijging lijkt nog lang niet in zicht. Hoe komt het dat ons sociaal stelsel zo duur is geworden?

1. Ons sociaal stelsel is niet bestand tegen onze hogere levensverwachting

Onderstaande grafiek maakt in één oogopslag duidelijk welke kosten het zwaarst op ons sociaal stelsel drukken. Dat zijn de ouderen, gevolgd voor uitgaven voor ziekte en arbeidsongeschiktheid.

Bron: CBS

Maar het aantal arbeidsongeschikten is in de afgelopen 20 jaar niet gestegen, zelfs licht gedaald. Wel hebben we er in die periode ruim 1 miljoen gepensioneerden bijgekregen.

De stijgende kosten van de sociale zekerheid kunnen vrijwel uitsluitend aan de vergrijzing toegerekend worden

De uitgaven voor ouderdom zijn in 20 jaar tijd met € 54 miljard per jaar gestegen, de uitgaven voor ziekte en arbeidsongeschiktheid met bijna € 17 miljard. Het zijn de kosten van de vergrijzing van onze samenleving.

De basis van ons AOW-pensioen, het omslagstelsel, is niet toereikend

Iedereen heeft recht op AOW-uitkering als hij of zij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. En deze uitkering houd je tot je overlijden. Als je een gepensioneerde aanspreekt op het feit dat hij de samenleving wel erg veel geld kost, zal hij direct terugkaatsen dat hij zijn hele werkende leven AOW-premie heeft betaald en daarom recht heeft op een AOW-uitkering. Maar deze stelling klopt niet helemaal. Iedere Nederlander betaalt gedurende zijn of haar leven 50 jaar mee aan de AOW, maar in die periode bouw je niets voor jezelf op: jouw inleg wordt gebruikt om de AOW van de mensen die dan al gepensioneerd zijn te betalen. Toen de AOW in 1956 werd bedacht was dit zogenaamde omslagstelsel een goed idee omdat er op dat moment veel meer werkenden dan gepensioneerden waren. De werkenden konden dus makkelijk in de behoeften van de ouderen voorzien.

Nu 50 jaar later is de situatie volledig anders: er zijn veel meer ouderen ten opzichte van het aantal werkenden. De werkenden kunnen de kosten van de ouderen niet meer alleen dragen.

Dus moet de overheid steeds meer bijspringen om elke oudere een AOW-uitkering te kunnen geven

Omdat er minder werkenden zijn ten opzichte van het aantal ouderen, ontvangt het AOW-fonds niet genoeg inkomsten uit de sociale verzekeringen om alle ouderen van een uitkering te voorzien. Om die reden moet de overheid een steeds groter deel van haar belastinginkomsten aanwenden om de tekorten in het AOW-fonds aan te vullen. In de afgelopen 10 jaar heeft de overheid al meer dan € 111 miljard in het AOW-fonds bijgestort en zolang we verder vergrijzen zal een steeds groter deel van ons overheidsbudget naar de ouderen gaan.

Bron: jaarrekeningen sociale zaken 2010-2020
En dan worden we ook nog eens steeds ouder

Toen de AOW in 1956 werd geïntroduceerd, was de verwachting dat een gepensioneerde gemiddeld 7 á 8 jaar van een uitkering gebruik zou maken. Nu, 50 jaar later, maakt een gepensioneerde gemiddeld 17 jaar gebruik van een uitkering. We hebben dus niet alleen veel meer ouderen, ze worden ook nog eens veel ouder en deze combinatie zet het hele sociale stelsel onder grote druk.

Bron: CBS

Om de kosten van de vergrijzing te temperen, besloot het kabinet Rutte-I in 2012 om de pensioenleeftijd in negen jaar tijd geleidelijk te verhogen naar 67 jaar. Maar deze maatregel leverde in de maatschappij veel weerstand op. In 2019 sloot de overheid met werkgevers en vakbonden een pensioenakkoord waarin de verhoging van de AOW-leeftijd werd gematigd. Je hoeft nu pas vanaf 2025 op je 67e met pensioen en de pensioenleeftijd zal daarna met 0,8 jaar stijgen voor elk jaar dat de levensverwachting stijgt. Per saldo heeft dit tot gevolg dat de levensverwachting in de komende jaren nog steeds sneller zal stijgen dan de pensioenleeftijd en de AOW-uitgaven per gepensioneerde zullen blijven stijgen. Voorlopig zullen wij dus nog veel meer geld kwijt zijn aan de vergrijzing, wat ten koste zal gaan van andere noodzakelijke sociale voorzieningen en ongetwijfeld zal uitmonden in, je raadt het al, hogere belastingen.

2. Armoede maakt ziek

Behalve dat de uitgaven voor AOW in de afgelopen jaren flink zijn gestegen, nemen de uitgaven voor medische zorg ook spectaculair toe. In 2020 hebben we een recordbedrag van € 116 miljard aan medische zorg uitgegeven, ongeveer € 10 miljard meer dan het jaar daarvoor. De grootste kostenpost en kostenstijger is de medisch specialistische zorg, op de voet gevolgd door verpleging van een vergrijsde samenleving. Deels is deze kostenstijging logisch: immers, oudere mensen ervaren over het algemeen sneller lichamelijke klachten en zullen meer gebruik maken van medische zorg en verpleging.

Bron: CBS

Maar vergrijzing is niet de enige oorzaak dat onze zorguitgaven stijgen. Omdat er sinds 2013 structureel op de zorg wordt bezuinigd, neemt het totaal aantal diagnoses per jaar licht af. Enerzijds wordt er minder zorg geleverd aan jonge mensen tot 45 jaar. Anderzijds neemt het aantal diagnoses onder 65+’ers toe. Maar er is nog iets anders aan de hand.

Bron: CBS

Mensen met een laag inkomen worden relatief sneller en ernstiger ziek

Mensen met een laag inkomen zijn vaker ziek dan mensen met een hoger inkomen. Het aantal diagnoses van mensen met een inkomen tot € 30.000 ligt gemiddeld 11% hoger dan mensen met een inkomen dat daarboven ligt. Daar komt bij dat het aantal diagnoses onder lage inkomens stijgt, terwijl het aantal diagnoses onder hogere inkomens daalt. Mensen met een laag inkomen zijn dus niet alleen vaker ziek, ze worden ook steeds zieker. Als we verder inzoomen in de medisch specialistische zorg, dan zien we dat de laagste inkomens een aantal zorgcategorieën zelfs omhoogstuwen.

Bron: CBS

Veel uitgaven aan medisch specialistische zorg is het gevolg van een ongezonde levensstijl

Mensen met een laag inkomen zijn vatbaarder voor obesitas, chronische buikpijn, infecties en stofwisselingsziekten, darmproblemen, bloedziekten, hart- en vaatziekten, longziekten en allerlei vormen van kanker. Ziekten die veelal verband houden met stress, voeding en levensstijl. Mensen met een laag inkomen roken relatief meer, drinken meer, gebruiken meer drugs en bewegen minder. Mensen met een laag inkomen hebben dan ook veel meer stress: stress om te overleven.

Bron: CBS

Wat we aan de voorkant denken te besparen door minima zo min mogelijk te geven, geven we aan de achterkant dubbel zo hard uit aan medische zorg

Want enerzijds heeft de overheid in de afgelopen jaren de meeste inkomensregelingen tot op het bot uitgekleed, anderzijds heeft zij de indirecte belastingen zoals BTW, accijns en energiebelasting flink verhoogd. Combineer dat met gestegen huren en inflatie en een kind kan begrijpen dat mensen met een laag inkomen steeds meer moeite hebben om rond te komen, laat staan om gezond te eten. Hoewel de overheid veel moeite doet om roken en alcohol drinken onaantrekkelijk te maken, is verse groente en fruit nog altijd duurder dan bewerkt voedsel. Ook gaat er maar een fractie van het totale zorgbudget naar gezondheidsbevordering. We zetten al ons geld in op ziektebestrijding. Dit terwijl ziektepreventie de hoge kosten van ziektebestrijding kan vermijden. Stress en ongezond eten maakt ziek. En daar betalen we uiteindelijk allemaal de prijs voor.

3. Controlezucht kost geld

Ons sociaal stelsel is zo ingericht dat we voor bijna alles een potje geld hebben. In totaal hebben we meer dan 20 regelingen waar wij gebruik van kunnen maken, elk met eigen voorwaarden en controlediensten. We hebben al eerder vastgesteld dat het moeilijker maken van de regelingen niet tot een vermindering van de overheidsuitgaven heeft geleid. Wel hebben we een woud aan instanties om te zorgen dat elk potje geld precies zo wordt besteed als beoogd: we hebben de SVB voor de uitkering van de AOW en de kinderbijslag en het UWV voor de uitkering van de WW en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitkering van bijstand, jeugdzorg en WMO. Voor huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget moet je weer zijn bij de dienst Toeslagen van de Belastingdienst. Het CIZ bepaalt of je in aanmerking komt voor langdurige zorg, die weer uitgevoerd wordt door zorgkantoren. Het CAK berekent vervolgens hoeveel eigen bijdrage je moet betalen. Al met al kost de uitvoering van alle regelingen ons ongeveer € 5 miljard per jaar en ook deze kosten nemen jaarlijks toe:

Bronnen: CBS; jaarrekeningen sociale zaken, CIZ, CAK. Van het CIZ en CAK zijn alleen cijfers over de periode 2017-2019 bekend. Nb. De kosten zijn een schatting. Er zijn geen exacte cijfers omtrent de uitvoeringskosten van de toeslagen, bijstand, WMO en jeugdzorg bekend. De uitvoeringskosten zijn berekend door de gemiddelde uitvoeringskosten per regeling te vermenigvuldigen met het aantal huishoudens dat van deze regeling gebruik maakt.[4]

Gemiddeld besteedt een gemeente 25% van het budget voor sociale voorzieningen aan uitvoeringskosten

De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de hoogste uitvoeringskosten: gemiddeld besteedt een gemeente 25% van het totale budget voor WMO en jeugdzorg aan uitvoeringskosten. Een bijstandsuitkering van € 14.000 kost jaarlijks bijna € 3.000 aan coördinatie.[5]

Hoe effectief zijn deze diensten? Als we de verschillende commissies mogen geloven die in de afgelopen jaren onderzoek hebben verricht: niet. Een evaluatie van de Participatiewet van november 2019 wijst uit dat de beoogde doelen om meer mensen aan het werk te helpen en beter te begeleiden niet zijn gehaald. Slechts een klein deel van de uitkeringsgerechtigden heeft werk gevonden, maar vaak wel tegen een dermate laag inkomen dat hun bestaanszekerheid in gevaar komt. Vooral uitkeringsgerechtigden met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt zijn slechter af en veel gedeeltelijk arbeidsongeschikten die gebruik maakten van sociale werkplaatsen zijn teruggevallen op de bijstand.[6]

Het opstapelen van beleid zonder te toetsen op uitvoerbaarheid heeft in de afgelopen jaren ook voor de nodige incidenten bij uitvoeringsinstellingen gezorgd. Regels worden steeds complexer en daarmee de uitvoering ook. De politiek eist dat er vlot wordt uitbetaald, maar tegelijkertijd dat er hard wordt opgetreden als dat achteraf teveel blijkt. Maatwerk is niet meer mogelijk, met als gevolg dat een groeiende groep burgers tussen wal en schip valt.[7]

Het meest schrijnende voorbeeld is de toeslagenaffaire die in 2019 naar buiten kwam: honderden gezinnen die in grote financiële problemen waren gekomen omdat zij als fraudeur waren aangemerkt en duizenden euro’s kinderopvangtoeslag moesten terugbetalen. Onderzoek van de parlementaire ondervragingscommissie schetst een beeld van een uitvoeringsinstantie die onder grote politieke druk zo efficiënt mogelijk probeert te werken en keihard optreedt bij fouten. Het laat zien hoe politiek en rechters jarenlang wegkeken en hoe ministeries de Tweede Kamer tot op het laatste moment onjuist en onvolledig informeerden.[8]

We hebben meer dan 20 regelingen om burgers financieel te steunen als dat nodig is, maar bij de uitvoering van deze regelingen staat het belang van de burger achteraan.

Hoe maken we ons sociaal stelsel toekomstbestendig?

Al sinds begin jaren ’80 van de vorige eeuw weten we dat ons sociaal stelsel niet toekomstbestendig is. Om het sociaal stelsel toch voor iedereen toegankelijk te houden is er flink bezuinigd op veel regelingen en faciliteiten. Ook betalen we elk jaar meer belasting. Maar ons sociaal stelsel is vandaag de dag net zo onhoudbaar als 40 jaar geleden: de overheidsuitgaven stijgen gewoon door en daarmee onze belastingdruk om alles te blijven financieren. Kan het ook anders?

1. Maak AOW en kinderbijslag inkomensafhankelijk

Toen de AOW en de kinderbijslag in de jaren ’60 van de vorige eeuw werden geïntroduceerd, was het doel om een armoedeval onder ouderen en gezinnen met kinderen te voorkomen. Hoe anders is de situatie vandaag: het maakt niet uit of je rijk of arm bent, zodra je de pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt of kinderen hebt gekregen, krijg je AOW of kinderbijslag. Ons pensioenstelsel is zelfs zo ingericht dat je over de eerste € 14.000 aan inkomen helemaal geen pensioen opbouwt. Ook voor kinderen geldt: hoe meer kinderen, hoe meer kinderbijslag, of je het geld nu nodig hebt of niet. Maar waarom eigenlijk?

Bron: CBS

Als we kijken naar de ontwikkeling van de sociale uitkeringen in de afgelopen 20 jaar, dan zien we dat de AOW een steeds grotere hap uit de overheidsuitgaven neemt. Maar daar waar we steeds hogere eisen stellen aan arbeidsongeschiktheids-, werkloosheids- en bijstandsuitkeringen, doen we vrijwel niets aan de AOW. Tegelijkertijd is de groep gepensioneerden tevens de groep met relatief het meeste vermogen:

Bron: CBS

Meer dan 50% van de ouderen heeft een vermogen van € 100.000 of meer. Hebben al deze ouderen een AOW-uitkering nodig om niet in armoede te vervallen? Hoe sociaal is het dat een werkende met minimumloon ook betaalt voor de AOW van een welgestelde oudere? Waarom bouwen we geen volledig pensioen op? Het zijn vragen die niet worden gesteld, maar die voor de komende jaren wel cruciaal zijn willen we nog iets van ons sociaal stelsel behouden.

Bron: CBS

Hetzelfde geldt voor de kinderbijslag. Bijna 80% van de ouders die kinderbijslag ontvangen heeft een inkomen boven de € 50.000. En de helft van deze groep ouders verdient gezamenlijk meer dan € 100.000. Hebben deze ouders echt kinderbijslag nodig om hun kinderen van armoede te behoeden of geven we geld aan mensen die wellicht ook heel goed zonder kunnen?

2. Voorkomen is goedkoper dan genezen

Elk jaar zijn wij meer geld kwijt aan medische zorg. Het merendeel van de zorgkosten financieren wij zelf: met sociale verzekeringen, inkomensafhankelijke bijdragen, de zorgverzekering en het eigen risico. Gaven we in het jaar 2000 nog € 3.000 per hoofd van de bevolking aan zorg uit, twintig jaar later is dat bedrag meer dan verdubbeld. Maar ook de overheid moet steeds dieper in de buidel tasten om de zorg voor iedereen toegankelijk te houden. Alle bezuinigingen ten spijt, lukt het niet om de zorgkosten te beteugelen. Waarom niet?

Bron: CBS

Dat komt omdat ons hele medische systeem is gericht op het bestrijden van ziekte. We gaan naar de dokter omdat we ziek zijn geworden, maar we kijken niet naar wat ons ziek heeft gemaakt. Veel van de ziekten die wij vandaag de dag ervaren zijn welvaartsziekten: diabetes, hart- en vaatziekten, longziekten, overgewicht, auto-immuunziekten en kanker. Ziekten die vaak[9] het gevolg zijn van een ongezonde levensstijl. We weten allemaal dat roken, alcohol en drugs niet goed voor ons zijn en dat we voldoende moeten bewegen. Maar we kijken nauwelijks naar wat we elke dag in ons mond stoppen. Het gros van het voedsel dat wij in de supermarkt kunnen kopen zit vol met zout, suiker, onverzadigde vetten en synthetische toevoegingen.[10] Dat is misschien wel heel lekker, maar niet gezond. Gezond eten is in Nederland duurder dan ongezond eten, met gevolgen die wij jaren later terugzien in het ziekenhuis.

Alhoewel gezondheidspreventie steeds meer gehoor lijkt te vinden bij de overheid en zorgverzekeraars, wijst de praktijk anders uit: in 2019 is de BTW op alle voedingsmiddelen verhoogd van 6% naar 9%. In datzelfde jaar zijn ook alle voedingssupplementen zoals vitamines en mineralen geschrapt uit het basispakket. De meeste preventieve gezondheidszorg wordt niet vergoed of alleen met een aanvullende zorgverzekering, maar voor mensen met een laag inkomen is dat al snel onbetaalbaar.

Als wij de zorguitgaven willen bedwingen, zullen we anders met gezondheid en ziekte moeten omgaan. We zullen gezonder moeten gaan leven. Een levensstijl die de overheid positief kan stimuleren door bijvoorbeeld gezonde voeding aantrekkelijk te maken en ongezonde voeding te belasten.

3. Een eerlijkere verdeling tussen belastingen op kapitaal, inkomen en consumptie

We betalen met z’n allen elk jaar meer belasting, maar dat geldt niet voor bedrijven. Betaalde een bedrijf in het jaar 2000 nog 30% winstbelasting over de eerste € 2 ton winst en 35% daarboven, 20 jaar later is dat teruggebracht naar 15% respectievelijk 25% winstbelasting. Daar komt bij dat veel miljardenwinstmakende multinationals speciale afspraken met de belastingdienst hebben waardoor zij helemaal geen winstbelasting hoeven te betalen. Effectief is het belastingpercentage op de winst van bedrijven nog geen 10%:

Bron: CBS

Bedrijfswinsten maken een steeds groter deel uit van ons nationaal inkomen, maar daar merken wij als overheid en burgers weinig van. De hogere bedrijfswinsten worden vooral gebruikt om eigen aandelen in te kopen of dividend uit te keren aan aandeelhouders.[11] Met als gevolg dat een kleine groep rijken steeds rijker wordt en de rest van ons steeds armer.

Als we kijken naar de vermogensverdeling van huishoudens, dan zien we dat 80% van het vermogen in handen is van de 20% rijkste huishoudens. Het is ook deze groep huishoudens die er in de afgelopen 15 jaar fors op is vooruitgegaan. De armste huishoudens daarentegen kampen vooral met hogere schulden. De ongelijkheid groeit, niet in inkomen wel in vermogen:

Bron: CBS

We besteden nu miljarden per jaar om minima zo min mogelijk te geven. Tegelijkertijd zijn we een belastinghaven voor grote multinationals. Besteden we onze inspanningen wel goed? Een eerlijkere verdeling van belastingen op kapitaal, inkomen en consumptie maakt meer ruimte vrij voor andere oplossingen om de armoede terug te dringen, bijvoorbeeld door een basisinkomen voor de laagste inkomens in te stellen of de belastingtarieven op arbeid te verlagen zodat lagere inkomens meer bewegingsvrijheid krijgen. Dit zal op zijn beurt een positief effect hebben op de uitgaven die we nu hebben aan medische zorg, hulpverlening en criminaliteitsbestrijding. En dat komt weer ten goede aan ons allemaal.

We staan in z’n achteruit

We zitten al 40 jaar in een neerwaartse spiraal: medische zorg en sociale zekerheid omvat inmiddels 67% van onze overheidsuitgaven. Het merendeel van deze uitgaven is het gevolg van de vergrijzing: mensen worden steeds ouder en hebben meer zorg nodig. Maar lage inkomens stuwen de zorgkosten ook omhoog. In de afgelopen 40 jaar hebben we vooral geprobeerd om de uitgaven te temperen door sociale voorzieningen zoveel mogelijk uit te kleden, met twee grote uitzonderingen: de AOW en de Kinderbijslag. Deze basisvoorzieningen krijg je ongeacht je inkomen of vermogen. En dat heeft dramatische consequenties: in 20 jaar tijd zijn de uitgaven voor ouderdom met € 54 miljard gestegen naar ruim € 100 miljard per jaar. Tegelijkertijd is de groep ouderen in ons land relatief het meest welvarend. De stijging van de kosten voor de kinderbijslag naar € 3,5 miljard per jaar lijkt daarbij in het niet te vallen, maar als je bedenkt dat het gros van de ouders die kinderbijslag ontvangt deze niet nodig heeft om rond te komen, wordt er nu een heleboel geld uitgedeeld aan ouders en gepensioneerden voor wie de inkomsten vooral een leuk extraatje zijn. 

Door de groeiende uitgaven aan zorg en ouderdom is er steeds minder geld beschikbaar voor andere belangrijke zaken: onderwijs, veiligheid, wonen en milieu zijn het kind van de rekening. Volgens onze eigen onderwijsinspectie stagneert het onderwijs al 20 jaar[12], agressie en zware criminaliteit nemen toe[13], huizen zijn inmiddels voor een grote groep burgers onbetaalbaar[14] en er is niet genoeg geld om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. We dichten de gaten van het verleden door de belastingen jaarlijks te verhogen. Maar hoe lang houden we dat nog vol? En wat is de prijs?

De prijs is onze toekomst: zolang we in het verleden blijven hangen, zal onze toekomst stagneren: slecht onderwijs stagneert vooruitgang, het stagneert welvaart wat zich uit in meer armoede en hogere criminaliteit. Het stagneert creativiteit en innovatie waardoor we oude pleisters blijven plakken op hedendaagse problemen wetende dat het niets oplost. Het is de sociale illusie.

Dit artikel is met de grootste zorg samengesteld. Desalniettemin kan het zijn dat dit artikel onjuistheden of onvolledigheden bevat. Mocht u een discrepantie in de tekst ontdekt hebben, verzoek ik u vriendelijk ons een mailtje te sturen of het contactformulier te gebruiken dat op de website staat. 


[1] Al in de jaren ’80 van de vorige eeuw kwamen politieke partijen CDA en PVDA tot de conclusie dat het sociaal stelsel op termijn niet houdbaar was. We dichten de participatiemaatschappij graag toe aan de liberale Rutte-kabinetten, maar in werkelijkheid is de participatiesamenleving begin 1990 al bedacht door toenmalig PVDA-leider Wim Kok.

[2] De data maken geen onderscheid welke indirecte belastingen aan bedrijven dan wel aan huishoudens wordt opgelegd. Een groot deel van de indirecte belastingen werkt kostprijsverhogend (denk aan BTW of assurantiebelasting) en komt zo alsnog bij de consument terecht.   Om die reden is ervoor gekozen om de indirecte belastingen volledig mee te nemen in de berekening van de indirecte belastingen per huishouden.

[3] Lees ook het artikel: de mythe van de koopkracht. Hierin wordt uitgelegd dat onze toegenomen welvaart volledig te herleiden is naar de toegenomen arbeidsdeelname van vrouwen.

[4] De gemiddelde kosten per regeling zijn ontleend aan de volgende bronnen:

  • Beleidsdoorlichting  uitvoering toeslagen, Belastingdienst oktober 2016
  • Besteding gemeentelijke lasten 2019, Berenschot september 2019

[5] De bedragen zijn ontleend aan een onderzoek van Berenschot onder 30 gemeenten.

[6] Sociaal en Cultureel Planbureau, Eindevaluatie van de Participatiewet, Den Haag november 2019.

[7] Algemene bestuursdienst, Werk aan Uitvoering Fase 1: Probleemanalyse, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 5 februari 2020.

[8] Tweede Kamer der Staten-Generaal, Ongekend onrecht verslag Parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag, 17 december 2020.

[9] Zeker niet altijd.

[10] https://www.foodwatch.org/nl/persberichten/2017/70-supermarkt-bestaat-uit-omstreden-ultra-processed-foods/.

[11] Janus Hendersen Investors houdt jaarlijks bij hoeveel dividend er wereldwijd wordt uitgekeerd aan aandeelhouders of ingekocht. De trend is al ruim 10 jaar stijgend. Shell betaalt in Nederland geen winstbelasting en is tevens wereldwijd een van de grootste dividenduitkeerders (www.janushenderson.com).

[12] NOS.nl, het onderwijs glijdt af: al 20 jaar daalt niveau, zegt inspectie, 11 april 2018.

[13] Lees ook het artikel: de fabel van meer veiligheid op www.enzoishet.nu.

[14] De huizenprijzen zijn in 2021 meer dan 20% gestegen. Een gemiddelde woning kost nu € 410.000. Bron: NVM.nl, woningaanbod neemt verder af in 2021, 8 juli 2021.