We leren op school dat migratie ‘goed’ is, want ‘Nederland is altijd een migratieland geweest’, ‘Nederland is door migratie zeer rijk geworden’ en ‘migratie is nodig om de gevolgen van de vergrijzing tegen te gaan’. Als wij de schoolboeken moeten geloven, dan is migratie in alle opzichten positief voor Nederland en haar inwoners. Maar, als we vervolgens in de praktijk kijken dan zien we dat ideaal niet terug: spanningen tussen migranten en een deel van de autochtone bevolking lopen al jaren op en parallelle samenlevingen beginnen zich af te tekenen. Migratie is vaak een splijtzwam, niet alleen tussen migranten en autochtone inwoners, maar vooral ook tussen autochtone inwoners onderling. Het lijkt wel of niemand zich meer thuis voelt, niet de migrant die zich dagelijks door een set vooroordelen moet worstelen, niet de autochtone inwoner die zijn cultuur en identiteit ziet verwateren en zich ontheemd voelt in eigen land. Naast criminaliteit en milieuvervuiling, maken we ons vandaag de dag het meest zorgen over de mentaliteit van ons land, de bevolkingsdichtheid, en de multiculturele samenleving.1 Maatschappelijke kwesties die ook samenhangen met migratie. Het is dan ook des te opmerkelijker dat een feitelijk debat over de voor- en nadelen van migratie en de gevolgen voor de Nederlandse samenleving niet mogelijk lijkt te zijn. Emotie voert de boventoon waarbij voor- en tegenstanders van migratie elkaar over en weer in hokjes stoppen en uitsluiten. De toon wordt steeds feller en de bedreigingen komen steeds sneller. Maar hoe zit het nou echt met migratie? En kunnen wij het wel aan om een migratieland te zijn? Wat gebeurt er als we de feiten als uitgangspunt nemen?

1. Geschiedenis van de Nederlandse migratie in een notendop

De historie van de Nederlandse migratie kan grofweg in 2 stromen worden onderverdeeld: een vooroorlogse en een naoorlogse. De vooroorlogse migratie wordt gekenmerkt door vluchtelingen die vanwege hun religie werden vervolgd (Protestantse hugenoten, Portugese Joden) en arbeidsmigranten uit de naburige gebieden (België, Duitsland, Noord-Frankrijk). Tegelijkertijd emigreerden veel Nederlanders naar België, Duitsland en de Verenigde Staten. De meesten migranten bleven niet in Nederland maar keerden uiteindelijk weer huiswaarts. Tot de eerste wereldoorlog was het Nederlands migratiesaldo veelal negatief: er vertrokken meer mensen dan er kwamen.

Bron: CBS

Deze situatie verandert na de tweede wereldoorlog. De onafhankelijkheid van Indonesië vlak na de tweede wereldoorlog leidt ertoe dat een groot aantal migranten uit de voormalige kolonie zich in Nederland vestigt. Ook de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 brengt een grote migrantenstroom naar Nederland op gang. In de periode 1960-1973 werft Nederland een groot aantal gastarbeiders uit landen als Spanje, Portugal, Italië, Griekenland, Turkije en Marokko.  Echter, waar de meeste Zuid-Europese gastarbeiders uiteindelijk weer huiswaarts keren, vestigen de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders zich hier permanent en brengen hun gezinnen over. De wet op gezinshereniging uit 1974 heeft tot gevolg dat in de periode 1980-2000 gezinsmigratie het belangrijkste migratiemotief worden onder niet-westerse migranten.2 De mensen die in deze periode Nederland komen, komen hier om te blijven.

2. Bevolkingssamenstelling anno 2021

Bron: CBS

In de afgelopen 21 jaar is de Nederlandse bevolking met 1,7 miljoen personen gegroeid. 6% van deze groei is autonoom, 29% van de groei kan toegerekend worden aan westerse migranten en 65% van de groei aan niet-westerse migranten.

Bron: CBS

Als we nader inzoomen in de bevolkingsgroei, dan zien we dat de autochtone bevolking vanaf 2013 krimpt als gevolg van vergrijzing in combinatie met een laag geboortesaldo.

Vanaf 2007 groeit het aantal niet-westerse migranten in Nederland. Deze groei is het gevolg van de toetreding van Oost-Europese landen tot de Europese Unie en het openstellen van de binnenlandse markt. Opvallend is de sterke stijging van de westerse bevolkingsgroei vanaf 2015. Westerse migranten lijken er steeds vaker voor te kiezen zich voor langere tijd in Nederland te vestigen.

Bron: CBS
Bron: CBS

De bevolkingsgroei onder niet-westerse migranten is in de afgelopen 21 jaar voor ongeveer 50% gestegen door migratie en 50% door natuurlijke aanwas. Tussen 2004 en  2015 groeide de niet-westerse bevolking vooral door een hoger geboortesaldo. Maar ook de migratie neemt vanaf 2007 weer toe en levert sinds 2015 de grootste bijdrage aan de niet-westerse bevolkingsgroei.3 Deze stijging hangt deels samen met het uitbreken van meerdere conflicten in het Midden-Oosten in 2015.

Door de bevolkingsgroei is de bevolkingsdichtheid in Nederland gestegen van 468 personen per km2 in 2000 naar 519 personen per km2 in 2021.4 Daarmee is Nederland na Malta het dichtstbevolkte land van Europa. In 2021 heeft 25% van de Nederlandse bevolking een migratieachtergrond. De meeste migranten wonen in de grote steden. In Amsterdam, Rotterdam en Den Haag maken migranten inmiddels meer dan de helft van de bevolking uit.

Bron: CBS

Hoe gaat het verder? Volgens de laatste prognose van het CBS5 zal de bevolking de komende jaren blijven toenemen, naar meer dan 20 miljoen inwoners in 2070. De autochtone bevolking zal krimpen van 13,1 miljoen naar 11,7 miljoen inwoners. Het aantal inwoners met een migratieachtergrond zal verdubbelen naar 8,5 miljoen inwoners en zij zullen in 2070 42% van de bevolking uitmaken.

De Nederlandse samenleving groeit alleen nog maar door migratie

Nederland is een migratiesamenleving geworden en het aandeel van migranten zal in de toekomst alleen maar toenemen. Maar kunnen wij dat ook aan? Hoe en waar gaan wij 20 miljoen mensen huisvesten als wij met 17 miljoen inwoners nu al 1 miljoen huizen tekortkomen? Kan ons sociaal stelsel de druk van toenemende migratie ook dragen? En wat gebeurt er met onze Nederlandse cultuur als straks bijna de helft van de inwoners niet met die cultuur is opgegroeid? Wat zeggen de feiten?

3. Migratie in de laatste 20 jaar

3.1 Westerse migratie

Dat er steeds meer westerse migranten naar Nederland komen, zien we ook terug in de migratiecijfers. De meeste westerse migranten komen uit Europa en Noord Amerika.

Bron: CBS. De trendbreuk in 2020 wordt veroorzaakt door reisbeperkingen als gevolg van de coronapandemie.
Bron: CBS

Werk is het belangrijkste motief voor westerse migranten om naar Nederland te komen. Zij migreren vaak samen met hun gezin. Ook is er een grote groep westerse migranten die economisch niet actief is, zij komen hier bijvoorbeeld voor een medische behandeling.

Westerse migranten lijken tegenwoordig vaker in Nederland te blijven

Tot 2007 vertrokken de meeste westerse migranten na verloop van tijd ook weer huiswaarts, maar dat lijkt te veranderen. Het migratiesaldo van westerse migranten stijgt. Vooral Oost-Europese migranten vestigen zich vaker voor langere tijd in Nederland:

Bron: CBS. De trendbreuk in 2020 wordt veroorzaakt door reisbeperkingen als gevolg van de coronapandemie.

3.2 Niet-westerse migratie

Het aantal niet-westerse migranten dat in de afgelopen 20 jaar naar Nederland is gekomen ligt gemiddeld 25% lager dan het aantal westerse migranten. Daar staat tegenover dat niet-westerse migranten vaker voor langere tijd in Nederland verblijven of helemaal niet meer teruggaan:

Bron: CBS. De trendbreuk in 2020 wordt veroorzaakt door reisbeperkingen als gevolg van de coronapandemie.

De meeste niet-westerse migranten komen uit zogenaamde veilige landen. Zij komen hier veelal voor een partner of om met het gezin herenigd te worden en in mindere mate om te werken of te studeren. Ook vragen veel niet-westerse migranten in Nederland asiel aan.

Bron: CBS

Het aantal niet-westerse migranten dat naar Nederland komt neemt toe.

Dat niet-westerse migranten vaker in Nederland blijven zien we ook terug in het migratiesaldo. Deze is in de afgelopen 20 jaar structureel positief geweest en neemt vanaf 2012 sterk toe.

Bron: CBS. De trendbreuk in 2020 wordt veroorzaakt door reisbeperkingen als gevolg van de coronapandemie.
3.2.1 Asielmigratie

Mensen die in eigen land worden vervolgd of die voor andere redenen moeten vluchten kunnen in Nederland asiel aanvragen. In de afgelopen 20 jaar heeft Nederland ongeveer 480.000 asielverzoeken ontvangen. Hiervan zijn ongeveer 300.000 verzoeken ingewilligd met een (tijdelijk) verblijfsvergunning.6 Gemiddeld maakt asiel ongeveer 10% uit van het totaal migranten dat naar Nederland komt. Echter, daar waar vooral arbeidsmigranten naar verloop van tijd weer emigreren, vestigen asielzoekers zich veelal permanent in Nederland. Het aandeel van asielzoekers in de bevolkingsgroei onder niet-westerse migranten ligt dan ook hoger.

Bron: CBS. De trendbreuk in 2020 wordt veroorzaakt door reisbeperkingen als gevolg van de coronapandemie.

Veruit de meeste asielzoekers komen uit landen in Afrika en het Midden-Oosten. Een deel van de vluchtelingenstroom kan herleid worden naar conflictgebieden zoals Syrië en Afghanistan. Maar de laatste jaren is er ook een sterke toename van asielzoekers uit de zogenaamde veilige landen.7

De meeste vluchtelingen vragen asiel aan bij het aanmeldcentrum van de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) in Ter Apel. Zolang hun asielaanvraag in behandeling is, verblijven de vluchtelingen in een asielzoekerscentrum (AZC) van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). De wettelijke termijn voor de afhandeling van een asielverzoek is 6 maanden, maar vooral in de reguliere asielprocedure wordt deze termijn veelal niet gehaald. Een belangrijke reden voor deze termijnoverschrijding is dat een vluchteling twee keer in beroep kan gaan als zijn asielverzoek is afgewezen, een keer bij de Vreemdelingenkamer en een keer bij de Raad van State. Het gevolg is dat vluchtelingen vaak langer dan een jaar in een AZC verblijven. Vluchtelingen die een tijdelijke verblijfsvergunning hebben gekregen (statushouders), horen binnen vier maanden uit te stromen naar reguliere huisvesting, maar door de woningnood moeten statushouders steeds langer wachten op een woning. Eind 2020 maakten statushouders meer dan 30% van de totale bezetting van het COA uit.8 De combinatie van een lange doorstroom en een lage uitstroom uit de AZC ’s zorgt ervoor dat er steeds minder ruimte is voor nieuwe vluchtelingen. De meeste AZC ’s zitten dan ook overvol en steeds vaker moet uitgeweken worden naar sporthallen en leegstaande kantoren om vluchtelingen te kunnen blijven opvangen.9

In de afgelopen 20 jaar is gemiddeld 40% van de asielverzoeken afgewezen.10 Na afwijzing vervalt het recht op verblijf in Nederland. Het terugkeerbeleid in Nederland is gebaseerd op zelfstandige terugkeer en zo mogelijk op eigen gelegenheid. Slechts een klein deel van de afgewezen asielzoekers vertrekt aantoonbaar. De meerderheid vertrekt met onbekende bestemming.

Steeds meer niet-westerse migranten vragen in Nederland asiel aan. De asielopvang staat onder grote druk.

De asielopvang staat al enige jaren onder grote druk. Niet alleen in Nederland, maar in alle EU-landen. Er komen steeds meer asielmigranten naar Europa die feitelijk geen recht hebben op asiel, die vrijelijk door Europa reizen en in elk land asiel aanvragen en die vrijwel niet uitgezet kunnen worden naar hun land van herkomst. Het VN-vluchtelingenverdrag tezamen met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en het Schengenverdrag11 trekken veel niet-westerse migranten aan die in eigen land weinig perspectief hebben en die bereid zijn om grote persoonlijke en financiële risico’s te nemen om in Europa een leven op te bouwen. Het gevolg voor Nederland is een extra beslag op toch al schaarse capaciteit, vertraging van asielprocedures en een chronisch probleem met terugkeer. Daarnaast lijkt het politiek en maatschappelijk draagvlak voor asielopvang steeds verder af te nemen. Een oplossing is er vooralsnog niet. Op Europees niveau is er wel besef dat alleen een gezamenlijke aanpak van (asiel)migratie tot een beheersbare migrantenstroom kan leiden, maar in de praktijk proberen landen toch vooral regie te houden op de migrantenstroom naar hun eigen land. De Nederlandse regering wil zich inzetten om op Europees niveau de asielregels aan te scherpen, maar dat zal op korte termijn voor Nederland weinig soelaas bieden.12

3.2.2 Gezinsmigratie

Gezinsmigratie, het vormen van of herenigd worden met het gezin, is sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw de belangrijkste reden voor niet-westerse migranten om naar Nederland te komen. Ongeveer 440.000 personen hebben zich in de afgelopen 20 jaar op grond van gezinsmigratie in Nederland gevestigd.13 Zij dragen daarmee het meeste bij aan de niet-westerse bevolkingsgroei in Nederland.

Bron: CBS

Toch komen de meeste niet-westerse migranten nog altijd voor gezinsmigratie naar Nederland.

De meeste niet-westerse gezinsmigranten hebben geen inkomen als zij naar Nederland komen. Ook migreren er veel kinderen naar Nederland. Voor gezinsmigranten gelden geen financiële of opleidingseisen. Zij hoeven alleen op de Nederlandse ambassade in eigen land een inburgeringsexamen af te leggen alvorens zij naar Nederland afreizen.14 Gemiddeld wordt 80-90% van de aanvragen voor gezinsmigratie ingewilligd.15

4. Financiële en sociaaleconomische gevolgen van migratie

Hoe ontwikkelen migranten zich financieel en sociaaleconomisch als zij in Nederland wonen? In dit hoofdstuk kijken we achtereenvolgens naar inkomen, vermogen, uitkeringen en toeslagen, zorggebruik, wonen, criminaliteit en onderwijs.

4.1 Inkomen- en vermogensontwikkeling

4.1.1 Primair inkomen

Wat verdient een migrant ten opzichte van mensen die hier geboren en getogen zijn? Onderstaande grafiek geeft de ontwikkeling van het gemiddelde primaire inkomen weer. Dat wil zeggen, het gemiddelde inkomen dat een huishouden uit arbeid of vermogen genereert.

Bron: CBS. Het CBS is in 2011 overgestapt op een nieuwe berekeningssystematiek. Om die reden zijn cijfers vóór 2011 niet meegenomen.

De grafiek laat zien dat vooral het inkomen van niet-westerse migranten achterblijft op het inkomen van autochtonen en westerse migranten. Gemiddeld ligt het inkomen van een niet-westerse migrant € 12.000 lager dan het inkomen van een westerse migrant en € 17.000 lager dan het inkomen van een autochtoon. Ondanks dat de gemiddelde inkomens van alle herkomstgroepen in de periode 2011-2020 zijn gestegen, worden de verschillen tussen de herkomstgroepen niet kleiner.

Een mogelijke verklaring voor het verschil in inkomen is het immigratiedoel: daar waar westerse migranten vooral komen om te werken, komen veel niet-westerse migranten voor asiel of gezinshereniging naar Nederland. Zij zullen vaak niet de juiste kwalificaties hebben om beroepen met een hoger inkomen uit te oefenen.

Niet-westerse migranten verdienen structureel minder, ook moeten zij gemiddeld vier keer vaker rondkomen van een sociaal minimum.

Gemiddeld moest 27%  van de niet-westerse huishoudens in de periode 2011-2020 minimaal 1 jaar rondkomen van een laag inkomen. Dat is vier keer zo hoog als het percentage autochtone huishoudens en ruim twee keer zo hoog als het percentage huishoudens met een westerse achtergrond. Na vier jaar neemt het aantal niet-westerse migranten met een laag inkomen af tot 16%, maar de verschillen met westerse en autochtone huishoudens worden niet kleiner.

Bron: CBS
4.1.2 Vermogen
Bron: CBS

Veruit het meeste vermogen is in handen van de autochtone bevolking. In de meeste gevallen betreft dit vermogen het bezit van een koopwoning. De sterke stijging van het mediaan vermogen in de afgelopen jaren kan dan ook vooral verklaard worden door de forse stijging van de huizenprijzen in diezelfde periode.

Niet-westerse migranten bouwen vrijwel geen vermogen op. Het mediaan vermogen van niet-westerse migranten was ongeveer € 1.300 in 2020. Een belangrijke oorzaak voor dit lage vermogen is dat veel niet-westerse migranten onvoldoende inkomen genereren om te kunnen sparen. Daarnaast zijn de meeste niet-westerse migranten gehuisvest in huurwoningen. Zij profiteren niet van de stijgende woningprijzen.

4.1.3 Toeslagen
Bron: CBS

Omdat het inkomen van niet-westerse migranten structureel lager ligt dan westerse migranten en de autochtone bevolking, maken niet-westerse migranten vaker gebruik van toeslagen om hun inkomen aan te vullen. Gemiddeld heeft een niet-westerse migrant in de periode 2011-2020 twee keer zo vaak gebruik gemaakt van toeslagen als westerse migranten en autochtonen. Het aantal huishoudens dat gebruik maakt van een toeslag neemt door de jaren heen wel af, maar de verschillen tussen de herkomstgroepen blijven even groot.

Omdat het inkomen van niet-westerse migranten lager ligt, maken zij gemiddeld meer gebruik van toeslagen. Ook ontvangen niet-westerse migranten gemiddeld vaker een uitkering.

4.1.4 Uitkeringen
Bron: CBS

Niet-westerse migranten hebben in de periode 2011-2020 vaker een uitkering ontvangen dan westerse migranten en autochtone Nederlanders. Vooral de bijstandsuitkering springt er negatief uit, maar dat kan weer goed verklaard worden door het immigratiedoel: met name asielmigranten zullen de eerste jaren van hun verblijf moeten rondkomen van een bijstandsuitkering tot zij hun draai in Nederland hebben weten te vinden. Bij de pensioenuitkeringen is het precies andersom: niet-westerse migranten maken de helft minder gebruik van pensioenuitkeringen dan westerse migranten en autochtone Nederlanders. Dit komt omdat het merendeel van de niet-westerse migranten de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt. Zij zijn gemiddeld tussen de 20 en 50 jaar oud.16 

4.2 Zorggebruik

4.2.1 Medische zorg
Bron: CBS

De gemiddelde zorgkosten van autochtonen en westerse migranten lopen ongeveer gelijk op. Vanaf de leeftijd van 40 jaar lopen de zorgkosten van niet-westerse migranten sneller op dan van westerse migranten en autochtonen. Vooral de kosten voor ziekenhuiszorg, geneesmiddelen, specialistische GGZ en verpleging zijn hoger voor niet-westerse migranten.

Onderzoeken van de GGD in 2015 en het CBS in 2018 wijzen uit dat niet-westerse migranten vaker last hebben van overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten. Meer dan de helft van oudere niet-westerse migranten heeft minimaal twee chronische aandoeningen.17 18

Niet-westerse migranten hebben gemiddeld een slechtere gezondheid

Niet-westerse migranten worden ook veel harder geraakt door de coronapandemie dan andere bevolkingsgroepen. Onderzoek van het Onderzoeksconsortium Covid 19 en Etniciteit in de periode juni 2020 – januari 2021 heeft uitgewezen dat Amsterdammers met een niet-westerse migratieachtergrond vier keer zo vaak in het ziekenhuis opgenomen moeten worden na een besmetting dan Amsterdammers met een Nederlandse achtergrond. Een gemiddeld slechtere gezondheid en een lagere economische status, kleine behuizing en beroepen waarbij onvoldoende afstand gehouden kan worden zijn belangrijke factoren waardoor het aantal besmettingen hoger ligt onder niet-westerse migranten en zij veelal ernstiger ziek worden. Veel niet-westerse migranten zijn religieus en verspreiding van het virus vindt dan ook vooral plaats in sociale settingen zoals kerk, moskee en de thuissituatie.19 Plaatsen die niet worden bereikt met de door de overheid ingestelde coronamaatregelen. De test- en vaccinatiebereidheid is onder niet-westerse migranten ook lager dan onder andere bevolkingsgroepen20, met als gevolg dat zij vatbaarder blijven voor het virus.

4.2.2 Geestelijke gezondheidszorg
Bron: CBS

Van de ruim 3 miljoen diagnoses die de GGZ in de periode 2015-2019 heeft gesteld, heeft ongeveer een kwart betrekking op personen met een migratieachtergrond. Daarmee lijkt de GGZ aan te sluiten bij landelijke cijfers over migratie. Echter, als we het aantal diagnoses afzetten per 100.000 inwoners in de herkomstcategorie, dan krijgen niet-westerse migranten relatief vaker een diagnose voor psychische problemen dan personen met een autochtone of westerse migratieachtergrond. Niet-westerse migranten lijken vooral meer last te hebben van psychotische stoornissen, depressie en angststoornissen.

Verschillende onderzoeken wijzen uit dat de psychische problematiek bij niet-westerse migranten veel groter is dan uit de cijfers van de GGZ blijkt. De meeste psychische problemen blijven onder de radar, vaak alleen al omdat veel niet-westerse migranten de weg naar psychische hulpverlening niet weten te vinden, deze veelal nog in de taboesfeer hangt, dan wel omdat de westerse hulpverlening niet aansluit op niet-westerse behoeften.21

Niet-westerse migranten ervaren over de hele linie vaker psychische klachten.

In alle leeftijdscategorieën zijn niet-westerse migranten vatbaarder voor psychische problemen dan personen met een autochtone of westerse migratieachtergrond. Zo hebben niet-westerse jongeren vaker last van psychische stoornissen en gedragsproblemen.22 Zij groeien vaker op in armoede en/of eenoudergezinnen, krijgen meer te maken met huiselijk geweld en moeten zich staande houden in twee culturen die op veel fronten met elkaar botsen.23 Volwassen niet-westerse migranten krijgen weer vaker antipsychotica en antidepressiva voorgeschreven.24 Zij ervaren meer psychische klachten als gevolg van achterstanden in opleiding, werk en financiën en zijn vaker ontevreden over hun leefsituatie.25 Bij asielmigranten maken trauma’s opgelopen als vluchteling hen kwetsbaarder voor psychische problemen.26 En oudere niet-westerse migranten voelen zich weer vaker eenzaam en sociaal uitgesloten.27 Cultuurverschillen, taalbarrières en een gesloten familiesysteem maken dat hulpverlening niet-westerse migranten maar moeilijk bereikt.28

4.3 Wonen

4.3.1 Woningnood
Bronnen: CBS, Pararius, NVM

De woningnood in Nederland is hoog. Voor 2021 was het woningtekort geraamd op 279.000 woningen. De gemiddelde verkoopprijs van een koopwoning bedroeg in 2021 bijna € 387.000, een stijging van 15% ten opzichte van het jaar daarvoor en ruim 70% ten opzichte van crisisjaar 2012.29 Op de huurmarkt is het niet beter gesteld. De wachttijd voor een sociale huurwoning ligt gemiddeld boven de 7 jaar, met uitschieters van 15 jaar of meer in de grote steden. De huurprijzen in de vrije sector zijn sinds 2014 met gemiddeld 50% gestegen.30 Een groeiend aantal woningzoekenden kan geen woning meer krijgen omdat de koopprijs te hoog is, de huur te hoog of de wachttijd te lang. Jongeren moeten noodgedwongen langer bij hun ouders blijven wonen en het aantal daklozen stijgt al jaren. Nieuw fenomeen zijn de economische daklozen: mensen die noodgedwongen in vakantiewoningen of in caravans verblijven, in hun auto slapen, op de bank bij familie of vrienden of in de daklozenopvang omdat zij geen betaalbare woonruimte kunnen krijgen. Stellen die gescheiden zijn maar niet uit elkaar kunnen, meerdere gezinnen die op 1 adres wonen, maar ook vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen en het AZC niet kunnen verlaten omdat er geen woning voor hen beschikbaar is. Het woningtekort treft ons allemaal.

Er zijn in de afgelopen jaren veel te weinig sociale woningen bijgebouwd.

Een van de redenen van de woningnood is de toegenomen (asiel)migratie.31 Zowel de westerse als de niet-westerse migratie naar ons land is in de afgelopen jaren flink gestegen. Door de toegenomen migratie zijn er meer sociale huurwoningen nodig, maar die zijn er niet. In de afgelopen negen jaar zijn er slechts 25.000 corporatiewoningen bijgekomen,32 terwijl de vraag naar deze woningen veel hoger is. Door de nasleep van de financiële crisis van 2008 en de door de overheid opgelegde verhuurdersheffing, hadden de corporaties de afgelopen jaren te weinig geld om woningen bij te bouwen. Het gevolg: een volledig verstopte woningmarkt, overvolle AZC ’s en een heleboel mensen die vastzitten in een onwenselijke situatie.

4.3.2 Leefbaarheid

Wat doet migratie met de leefbaarheid van onze buurten? Het ministerie van Binnenlandse Zaken meet sinds 2002 de leefbaarheid in alle wijken, buurten en straten van Nederland en publiceert haar resultaten in de leefbaarometer.33 In onderstaande grafiek zijn een aantal kerncijfers weergeven van buurten in de vier grote steden die door de leefbaarometer als onvoldoende leefbaar zijn bestempeld:

Bron: leefbaarometer 2018, CBS kerncijfers wijken en buurten 2018. Het betreft hier een gemiddelde van alle buurten in de grote steden die in 2018 als onvoldoende leefbaar waren aangemerkt.

Buurten met onvoldoende leefbaarheid vertonen op een aantal indicatoren opvallende overeenkomsten. Het zijn dichtbevolkte buurten waar bijna driekwart van de bewoners een migratieachtergrond heeft. Er staan bijna alleen maar (sociale) huurwoningen in deze buurten, de arbeidsparticipatie is laag en de buurt kent gemiddeld drie keer zoveel huishoudens dat rond moet komen met een laag inkomen.

Amsterdam is de enige stad die de leefbaarheid van een groot aantal buurten in de periode 2002-2018 heeft kunnen verbeteren.34 Ook zijn er in die periode geen nieuwe onvoldoende leefbare buurten bijgekomen.35 Had Amsterdam in 2002 nog 80 buurten met onvoldoende leefbaarheid, in 2018 is dit aantal teruggebracht naar 37. Als we kijken naar de kerncijfers van de buurten die hun leefbaarheid hebben kunnen verbeteren, dan ontstaat het volgende beeld:

Bron: leefbaarometer 2018, CBS kerncijfers wijken en buurten 2018. De verbeterde leefbaarheid betreft een gemiddelde van alle buurten in Amsterdam die in 2002 als onvoldoende stonden aangemerkt en in 2018 als zwak of beter.

Een meer evenredige spreiding van migranten over wijken en buurten of zelfs buiten de steden kan de leefbaarheid in buurten vergroten.

De arbeidsparticipatie in buurten die hun leefbaarheid hebben kunnen verbeteren ligt gemiddeld 6% hoger dan in de onvoldoende leefbare buurten, het inkomen per huishouden is gemiddeld € 4.000 hoger en er leven minder huishoudens van een laag inkomen. Ook staan er iets minder huurwoningen in de buurt. Tegelijkertijd lijkt de bevolkingsdichtheid geen effect te hebben op de leefbaarheid. Deze is gemiddeld zelfs hoger in de verbeterde buurten. Wel lijkt het aantal niet-westerse migranten in de buurt een belangrijk effect te hebben op de leefbaarheid: gemiddeld ligt het percentage niet-westerse migranten 20% lager in buurten met een verbeterde leefbaarheid. Een meer evenredige spreiding van niet-westerse migranten over andere buurten in de stad of zelfs buiten de steden, lijkt dan ook voor de hand liggend om de leefbaarheid binnen de grote steden te verbeteren.

4.4 Criminaliteit

4.4.1 Geregistreerde misdaad

De geregistreerde misdaad daalt al jaren.36 Daarmee daalt ook het aantal personen dat van een misdrijf wordt verdacht. Wel heeft er in de afgelopen jaren een verschuiving plaatsgevonden in de herkomst van de verdachten. In 2020 heeft meer dan de helft van de verdachten een migratieachtergrond:

Bron: CBS

Ondanks de dalende geregistreerde misdaad, zijn migranten nog altijd oververtegenwoordigd.

Vooral bij de drugs- en vuurwapenmisdrijven zien we een toename van verdachten met een migratieachtergrond. Hadden we in de jaren 1990 grote bazen als Klaas Bruinsma en Willem Holleeder. Tegenwoordig heten ze Riduan Taghi en Saïd Razzouki. De verschuiving in herkomst zien we ook terug in de liquidaties. Vanaf 2012 heeft het merendeel van de vermoorde criminelen een migratieachtergrond.37

Bron: CBS

Omdat de geregistreerde misdaad daalt, daalt ook het aantal verdachten dat wordt vervolgd en tot een gevangenisstraf wordt veroordeeld. Toch zien we ook bij de gedetineerden een verschuiving in herkomst. Tegenwoordig heeft nog maar 32% van de gedetineerden een Nederlandse achtergrond.

Ook in de jeugdcriminaliteit zien we een oververtegenwoordiging van jongeren met een migratieachtergrond. Opmerkelijk is dat vooral jongeren met een niet-westerse achtergrond vaker tot een gevangenisstraf wordt veroordeeld dan jongeren met een Nederlandse of westerse achtergrond:

4.4.2 Jeugdcriminaliteit
Bron: CBS

Onderzoek naar de oververtegenwoordiging van niet-westerse jongeren in het strafrechtsysteem wijst uit dat niet-westerse jongeren drie keer zoveel kans lopen om als verdachte te worden aangemerkt. De kans op een Halt-afdoening38 is voor jongeren met een niet-westerse achtergrond juist veel lager, zij hebben een zes keer grotere kans om in de jeugdgevangenis terecht te komen. Dat niet-westerse jongeren gemiddeld vaker een lagere sociaaleconomische status hebben, kan de oververtegenwoordiging maar voor een deel verklaren. Ook etnisch profileren lijkt slechts beperkt bij te dragen.39

Niet-westerse jeugddelinquenten hebben vaker last van psychische klachten.

Culturele factoren, zoals de lagere bereidheid van niet-westerse jongeren om schuld te bekennen, kan een verklaring zijn waarom minder niet-westerse jongeren worden doorverwezen naar Halt. Maar ook lijken niet-westerse jongeren vaker dan hun autochtone of westerse leeftijdsgenoten last te hebben van psychische problemen en worden zij hier minder voor behandeld.40 Jongeren met onbehandelde psychische problemen hebben meer kans op voortijdig schoolverlaten en belanden sneller in de criminaliteit.41

4.4.3 Huiselijk geweld
rawpixel.com – nl.freepik.com

Jaarlijks komen er tussen de 120.000 en 130.000 meldingen binnen van huiselijk geweld.42 Alhoewel deze meldingen alleen al een groot beslag leggen op de politiecapaciteit43, lijkt dit nog maar het topje van de ijsberg. Gemiddeld doet slechts 20% van de slachtoffers melding van huiselijk geweld bij de politie.44 Het is lastig om de aard en omvang van huiselijk geweld onder migrantengroepen vast te stellen. In de politieregistratie wordt geen uitsplitsing naar herkomst van daders en slachtoffers gemaakt. Ook zijn migrantengroepen moeilijk bereikbaar voor onderzoekers omdat zij vaak niet bereid zijn om mee te werken.45 Daarnaast lijken zij, wanneer zij wel meewerken, vaker sociaal gewenste antwoorden te geven.46

Huiselijk geweld lijkt vaker voor te komen bij niet-westerse gezinnen.

Toch zijn er aanwijzingen dat huiselijk geweld onder niet-westerse migranten vaker voorkomt. Onderzoek naar slachtoffers en daders van huiselijk geweld uit 2010 schat in dat 60% van de daders een migratieachtergrond heeft. Onder de daders van huiselijk geweld zitten relatief veel niet-westerse migranten van de eerste generatie. Bij migranten van latere generaties lijkt het huiselijk geweld wel af te nemen.47 Ook heeft het merendeel van de vrouwen die in de vrouwenopvang verblijven een niet-westerse achtergrond en lijkt de ernst van het geweld met de instroom van niet-westerse vrouwen te zijn toegenomen.48

Heimwee naar het thuisland dan wel niet thuis voelen in het gastland, traumatische ervaringen opgelopen als vluchteling, een lagere sociaaleconomische positie, culturele verschillen en taalproblemen maken een migrant kwetsbaarder voor huiselijk geweld en tegelijkertijd minder zichtbaar.49 Ook brengen deze migrantengroepen nieuwe problematiek met zich mee: eerwraak en eerschaamte en gedwongen huwelijken maken opvang en hulpverlening langdurig en complex. Door de woningnood wordt het steeds lastiger woonruimte te vinden voor slachtoffers van huiselijk geweld en stokt de uitstroom van opvangcentra. Het gevolg is dat de opvangcentra voor huiselijk geweld inmiddels ook overvol zitten.50

4.5 Onderwijs

De onderwijsuitgaven zijn in de afgelopen 20 jaar verdubbeld naar ruim € 37 miljard per jaar in 2020. Vooral in het primair en voortgezet onderwijs zijn de uitgaven flink gestegen. In hoeverre kan deze kostenstijging gerelateerd worden aan migratie?

Bron: CBS
4.5.1 Basisonderwijs
Bron: CBS

De totale uitgaven voor primair onderwijs (voorschoolse educatie en basisonderwijs) bedragen inmiddels meer dan € 10 miljard per jaar. Dit terwijl het aantal basisschoolleerlingen al jaren daalt. Vooral het aantal autochtone basisschoolleerlingen daalt drastisch, terwijl het aantal leerlingen met een migratieachtergrond stijgt.  

Nog geen 1% van het onderwijsbudget voor de basisscholen wordt gebruikt voor de bestrijding van leerachterstanden.

Jaarlijks besteedt de overheid ongeveer € 850 miljoen aan de bestrijding van leerachterstanden in het basisonderwijs.51 Het meeste budget voor achterstandsleerlingen gaat naar de grote steden. Dit zijn vaak ook de steden met de meeste migranten. Westerse migranten lijken weinig effect te hebben op de bepaling van de achterstandsscore. Niet-westerse migranten hebben wel duidelijk invloed op de achterstandsscore.52 Het aantal niet-westerse migranten in plaatsen met de hoogste achterstandsscore ligt gemiddeld 25% hoger dan het aantal niet-westerse migranten in de plaatsen met de laagste achterstandsscore.

Bron: CBS
4.5.2 Speciaal onderwijs

Voor leerlingen die door beperkingen niet mee kunnen komen in het reguliere (basis)onderwijs, is er speciaal onderwijs. Speciaal onderwijs kenmerkt zich door kleinschalig onderwijs aan kinderen met speciale behoeften omdat zij bijvoorbeeld een visuele of communicatieve beperking hebben (cluster 1 en 2), een geestelijke handicap (cluster 3) of een gedragsstoornis zoals adhd of autisme (cluster 4).Het speciaal onderwijs is ongeveer 2 keer zo duur als regulier basisonderwijs. De uitgaven voor speciaal onderwijs bedragen inmiddels ongeveer € 1,5 miljard per jaar.

Bron: CBS

Niet-westerse migranten zijn oververtegenwoordigd in het speciaal onderwijs

Bron: CBS

Het totaal aantal leerlingen in het speciaal (basis)onderwijs schommelt rond de 105.000. De meeste leerlingen in het speciaal (basis)onderwijs zijn autochtoon. Wel stijgt het aantal leerlingen met een migratieachtergrond. In het schooljaar 2020/2021 had landelijk 8% van de leerlingen in het speciaal onderwijs een westerse migratieachtergrond en 24% een niet-westerse migratieachtergrond.  De meeste migrantenkinderen gaan naar school in de vier grote steden. Het aantal migrantenkinderen dat speciaal onderwijs volgt in de grote steden ligt dan ook veel hoger dan daarbuiten:

4.5.3 Voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs

Het meeste geld gaat jaarlijks naar het voortgezet onderwijs (VO) en het middelbaar beroepsonderwijs (MBO). De jaarlijkse uitgaven zijn inmiddels boven de €15 miljard opgelopen, terwijl de leerlingaantallen in de afgelopen jaren niet veel zijn gestegen. Wel zien we een verschuiving in de leerlingenpopulatie: het aantal leerlingen met een migratieachtergrond neemt toe terwijl het aantal autochtone leerlingen afneemt.53

Bron: CBS

De toename van leerlingen met een migratieachtergrond kan de sterk gestegen uitgaven voor VO en MBO niet verklaren.

Bron: regeling leerplusarrangement VO periode 2009-2021

Toch kan deze verschuiving in leerlingenpopulatie de gestegen onderwijsuitgaven niet verklaren: de middelbare scholen hebben de afgelopen jaren geen extra geld gekregen om leerachterstanden onder hun scholieren aan te pakken. Dit ondanks dat het aantal leerlingen met een migratieachtergrond in 2020/2021 is gestegen naar bijna 30%.

4.5.4 Hoger onderwijs

Steeds meer leerlingen volgen hoger onderwijs. De studentenpopulatie in het hoger onderwijs is in 20 jaar bijna verdubbeld, met de sterkste groei onder niet-westerse studenten: zij hebben hun aantallen minimaal weten te verdriedubbelen.

Bron: CBS

Ook in het hoger onderwijs zijn de uitgaven in 20 jaar tijd verdubbeld, maar in tegenstelling tot het primair en voortgezet onderwijs kunnen de gestegen uitgaven goed verklaard worden door de stijgende leerlingaantallen; deze zijn in 20 jaar ook verdubbeld.

4.5.5 Onderwijsniveau

De uitgaven voor onderwijs zijn in de afgelopen 20 jaar flink gestegen. Daar staat tegenover dat ons onderwijsniveau in diezelfde periode ook fors is toegenomen.

Bron: CBS

Vooral niet-westerse migranten zijn er flink op vooruit gegaan. Had in 2003 nog 55% van de niet-westerse migranten een laag onderwijsniveau, in 2020 is dat nog 36%. Ook is het aantal niet-westerse migranten met een hoog onderwijsniveau in diezelfde periode verdubbeld. Niet-westerse migranten beginnen vaker met een leerachterstand en zijn oververtegenwoordigd in het speciaal onderwijs. Toch kan dat de sterk gestegen uitgaven in het onderwijs niet verklaren: van de ruim € 37 miljard aan onderwijsuitgaven in 2020, is ongeveer € 1 miljard besteed aan de bestrijding van leerachterstanden. Het speciaal onderwijs kost meer, maar is zeker niet alleen bedoeld voor niet-westerse leerlingen.

Onderwijs is een probaat middel om ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen aan te pakken.

Omdat het onderwijsniveau onder migrantenkinderen stijgt, krijgen zij een steeds betere uitgangspositie op de arbeidsmarkt en zullen zij beter in staat zijn de inkomenskloof met autochtone Nederlanders te overbruggen. Onderwijs is op de langere termijn dan ook een probaat middel om de ongelijkheid tussen verschillende bevolkingsgroepen te verminderen.

5. Is migratie een bedreiging voor de Nederlandse cultuur?

pch.vector – nl.freepik.com

Wat doet migratie met het Nederlands cultureel erfgoed? Mogen wij nog wel Nederlander zijn met onze botte uitspraken, Hollandse zuinigheid en nukkige houding? Duidelijk is dat migratie een spiegel werpt op culturele waarden en tradities die wij voor lange tijd als vanzelfsprekend ervaarden. Ons koloniale en slavernijverleden kreeg een keerzijde toen de nazaten van de onderdrukten hun kant van het verhaal begonnen te delen en dat de grootste kindervriend met zijn zwart geschilderde gezicht door een steeds grotere groep mensen als racistisch werd ervaren, hadden we twintig jaar geleden niet kunnen voorzien. Migratie brengt verandering en daar waar culturele waarden met elkaar botsen gaat die verandering niet zonder slag of stoot, zeker niet als beide partijen aan hun eigen tradities vasthouden. Daarmee is niet gezegd dat elke verandering vooruitgang is. Migratie schuurt aan vrijheden die vandaag de dag minder vanzelfsprekend lijken dan twintig jaar geleden. Dat zien we niet alleen in Nederland, maar in alle Europese landen die in de afgelopen jaren een sterke migratiegroei hadden. Migratie bedreigt dan ook niet zozeer de Nederlandse identiteit, maar legt wel druk op westerse waarden waarop wij onze identiteit baseren. Deze waarden kunnen grofweg ondergebracht worden in drie categorieën: de vrijheid van meningsuiting, de gelijkheid tussen man en vrouw en de acceptatie van mensen met een andere seksuele of gendervoorkeur.

5.1 Vrijheid van meningsuiting

Veel migranten zijn afkomstig uit sterk autocratische dan wel onderdrukkende regimes waar vrijheid van meningsuiting niet vanzelfsprekend is. Openlijk kritiek uiten op de normen, waarden en het geloof dat deze migranten meebrengen kan al snel tot ernstige bedreigingen en zelfs de dood leiden. Al in 1989 kreeg schrijver Salman Rushdie een fatwa54 uitgevaardigd omdat zijn boek de Satanische Verzen de islam zou beledigen. Bekende islam-critici zoals Geert Wilders en Ayaan Hirsi Ali kunnen al jaren niet zonder bewaking over straat, Theo van Gogh heeft het publiceren van zijn film Submission in 2004 met zijn leven moeten bekopen, de Deense Kurt Westergaard heeft na het publiceren van een tiental Mohammed-cartoons twee moordaanslagen overleefd en tot aan het eind van zijn leven ondergedoken gezeten en ook het Franse tijdschrift Charlie Hebdo heeft twee terroristische aanslagen in 2011 en 2015 als reactie gekregen op het plaatsen van cartoons van de islamitische profeet. Nog in oktober 2020 werd een Franse schoolleraar onthoofd omdat hij prenten van de profeet had getoond. Duidelijk is dat provocatie onder sommige migrantengroepen tot extreme geweldsreacties kan leiden. Maar migranten zijn niet degenen die een open debat over migratie al zeker 20 jaar onmogelijk maken. Dat zijn wij zelf.

We beperken onszelf het meest in onze vrijheid van meningsuiting.

rawpixel.com – nl.freepik.com

De eerste voorzichtige kritiek op migratie lezen we terug in het rapport Allochtonenbeleid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) uit 1989. In dit rapport beschrijft de WRR hoe ondanks een meer restrictief immigratiebeleid de immigratie niet afneemt, hoe vooral onder ongeschoolde migranten de werkloosheid explosief is gestegen en zij een sociale onderklasse dreigen te vormen en hoe de behandeling van minderheden als ‘zorgcategorie’ hen in wezen belemmert goed te integreren.55 Tien jaar later publiceert Pieter Lakeman zijn boek Binnen zonder Kloppen. Het boek is een economische analyse van de immigratie sinds de tweede wereldoorlog met als conclusie dat de immigratiekosten de baten sterk overtreffen.56 Een conclusie die 20 jaar later herhaald wordt in het rapport Grenzeloze Verzorgingsstaat.57 Maar er klinkt niet alleen kritiek uit financiële hoek. Al in 1991 stelt de liberaal Frits Bolkestein dat de islam een bedreiging vormt voor de Westerse waarden.58 Ook sociaaldemocraat Paul Scheffer wijst in het jaar 2000 in zijn artikel ‘het multiculturele drama’ op de mislukte integratie van etnische minderheden, de onderklassevorming onder deze bevolkingsgroepen en de bedreiging hiervan voor de maatschappelijke vrede.59 Onder Pim Fortuyn en later Geert Wilders en Thierry Baudet wordt de toon steeds feller en richten zij hun pijlen specifiek op de islam, die volgens hen onverenigbaar zou zijn met westerse waarden.60 Opmerkelijke rode draad in de kritiek op het immigratiebeleid is dat de critici niet zozeer de nieuwkomers de schuld geven van de immigratieproblematiek, maar wijzen naar de linkse intellectuele elite, de linkse kerk, de politiek-correcte cultuurrelativisten die hun ogen sluiten voor de problemen van de multiculturele samenleving. Omgekeerd zijn de reacties op deze ‘immigratiepessimisten’61 ongekend fel. Elke kritiek op immigratie wordt stelselmatig weggezet als xenofoob en racistisch. Informatie over de negatieve gevolgen van migratie wordt achtergehouden of onder het tapijt geveegd ‘om extreemrechts niet in de kaart te spelen’. Dit leidt weer tot onvrede en wantrouwen bij dat deel van de bevolking dat zich niet gehoord voelt over de migratieproblematiek en nog fellere reacties bij een ander deel van de bevolking dat deze onvrede en wantrouwen interpreteert als een aanval op de democratie.62  

Door over een weer te stigmatiseren en te beledigen, is migratie een speelbal geworden op de politieke flanken. Het lijkt er niet op dat we elkaar na 20 jaar strijd over migratie beter zijn gaan begrijpen, eerder dat standpunten polariseren, mensen radicaliseren en de samenleving steeds verder verdeeld raakt.63 We zijn niet bereid om naar elkaar te luisteren, maar plakken op alles een oordeel en een label en daarmee beperken we vooral onszelf in onze vrijheid van meningsuiting.  

5.2 Gelijkheid tussen man en vrouw

rawpixel.com – nl.freepik.com

Gelijkheid tussen man en vrouw staat in Nederland hoog op de agenda. Jaarlijks verschijnen er wel rapporten over de loonverschillen tussen man en vrouw, hoe vrouwen achterblijven in topposities in het bedrijfsleven en hoe de arbeidsparticipatie van vrouwen lager is dan die van mannen. Inmiddels heeft de Europese Commissie een wetsvoorstel ingediend voor meer beloningstransparantie64, en kennen wij vanaf september 2021 een wettelijk vrouwenquotum voor topposities in het bedrijfsleven.65 In al onze ijver om meer vrouwen aan de top te krijgen, gaan we voorbij aan het feit dat er in Nederland ook veel vrouwen wonen voor wie emancipatie niet vanzelfsprekend is en aan wie al deze maatregelen voorbijgaan. 

Uit de emancipatiemonitor 2018 blijkt dat de arbeidsdeelname van niet-westerse vrouwen nog altijd achterblijft bij de autochtone bevolking. Ook is een lager percentage niet-westerse vrouwen economisch zelfstandig. Daar komt bij dat niet-westerse vrouwen vaker laag opgeleid zijn en moeilijker aan een baan komen. Ook zijn niet-westerse vrouwen kwetsbaarder voor ontslag omdat hun banen bij financiële crises of pandemieën als eerste op de tocht komen te staan.66 

Gelijkheid is nog voor veel niet-westerse vrouwen een illusie.

Daarnaast spelen culturele factoren een rol. Vooral moslimvrouwen hebben nog te vaak te kampen met een patriarchaal systeem waarbij zij binnen de gemeenschap minder rechten hebben dan een man en zijn vrijheden als studeren, vrije partnerkeuze en het recht om te werken lang niet altijd vanzelfsprekend. Etniciteit, opleidingsniveau, het milieu van de vrouw, sociale controle en de angst voor het verlies van de eigen cultuur en identiteit werpen voor veel niet-westerse vrouwen barrières op om zich verder te ontwikkelen.67 Een belangrijk positief punt is dat bij latere generaties niet-westerse vrouwen de verschillen met autochtone vrouwen kleiner worden.68 Maar zolang er door migratie nieuwe groepen migranten naar Nederland komen voor wie emancipatie niet bestaat, zal gendergelijkheid in Nederland niet volwaardig zijn.

5.3 Acceptatie van mensen met een andere seksuele of gendervoorkeur

Acceptatie van mensen met een andere seksuele of gendervoorkeur is bij veel niet-westerse migranten niet vanzelfsprekend. Toch zien we dat ook onder niet-westerse migranten acceptatie van LHBTI’ers69 groeit, vooral bij latere generaties.

Bron: KIS, factcheck: neemt homoacceptatie af en anti-homogeweld toe? Augustus 2017

Onderzoek naar acceptatie van en geweld onder LHBTI’ers wijst inmiddels uit dat herkomst niet de belangrijkste factor is voor acceptatie van LHBTI’ers, maar dat de mate van opleiding en geloofsovertuiging een grotere rol spelen.70 Mensen met een lagere opleiding en/ of een sterke geloofsovertuiging staan gemiddeld negatiever tegenover acceptatie van LHBTI’ers dan mensen met een hogere opleiding en/of zonder geloofsovertuiging. Omdat veel niet-westerse migranten overwegend laag opgeleid en religieus zijn, vallen zij in grotere mate in de eerste categorie. Maar daarmee zijn zij niet de enige bevolkingsgroep in Nederland die overwegend negatief staat tegenover homoacceptatie.71

Ook als we kijken naar geweld tegen LHBTI’ers, dan zien we dat ruim 60% van de daders een Nederlandse achtergrond heeft. Alhoewel niet-westerse slachtoffers en daders van LHBTI-geweld oververtegenwoordigd lijken ten opzichte van hun bevolkingsaandeel, zijn de meeste slachtoffers en daders autochtoon. Daarnaast zijn de motieven van daders veelal hetzelfde, ongeacht hun achtergrond.72 Over het algemeen lijkt het erop dat de acceptatie van LHBTI’ers in de afgelopen jaren juist is toegenomen, ondanks dat het aandeel van niet-westerse migranten in de samenleving in die periode ook is gegroeid.73

Dat beeld verandert als we gaan kijken naar de acceptatie van LHBTI’ers in de thuissituatie:

Bron: KIS, factcheck: neemt homoacceptatie af en anti-homogeweld toe? Augustus 2017

Niet-westerse migranten accepteren seksuele en genderdiversiteit beter zolang dit zich buiten het gezin afspeelt.

Bij niet-westerse migranten ligt de acceptatie van LHBTI’ers binnen het gezin veel lager dan daarbuiten, vooral als de niet-westerse achtergrond wordt gecombineerd met een geloofsovertuiging. LHBTI’ers met een migratieachtergrond vertellen hun ouders en familie meestal niets over hun seksuele oriëntatie. Sommigen verhuizen naar een andere stad om zichzelf te kunnen zijn als dit in hun directe omgeving niet mogelijk is. Niet-westerse LHBTI’ers zijn vaker slachtoffer van (eergerelateerd) geweld in de thuissituatie. Ook zijn niet-westerse LHBTI-jongeren oververtegenwoordigd in de groep LHBTI’ers die het ouderlijk huis moesten verlaten omdat hun afwijkende seksuele oriëntatie binnen het gezin niet werd geaccepteerd.74

Vooralsnog lijken niet-westerse migranten andere seksuele en gendervoorkeuren te accepteren zolang zich dit buiten de familie afspeelt. Zodra seksuele en genderdiversiteit binnen het gezin gaat opspelen, dan worden de opvattingen hierover al snel een stuk negatiever.

6. Migratiemythes ontrafeld

Kritiek op migratie wordt vaak afgewimpeld door er op te wijzen dat wij als Nederlanders allemaal afstammen van migranten, dat wij veel geld verdiend hebben aan migratie en dat migratie nodig is om de vergrijzing op te vangen. Maar zijn deze argumenten nog steeds van toepassing op de huidige migratie? Wat zeggen de feiten?

6.1 Nederland is altijd een migratieland geweest

Nederland is altijd een migratieland geweest. Dat laat echter onverlet dat de aard van de migratie na de tweede wereldoorlog is veranderd. Had migratie voorheen een meer dynamisch karakter,75 na de tweede wereldoorlog vestigen immigranten zich steeds meer permanent in Nederland. Aanvankelijk kon de massale emigratie van Nederlanders naar de Verenigde Staten en Canada in de periode 1950-1960 de bevolkingsgroei nog temperen, maar met de start van de gezinsmigratie in 1974 heeft migratie een steeds groter aandeel in de Nederlandse bevolkingsgroei gekregen. Inmiddels groeit de bevolking in Nederland alleen nog door migratie.76

Bron: CBS

Behalve de aard van de migratie is ook het karakter van de migratie veranderd. Migranten die vóór de tweede wereldoorlog naar Nederland kwamen, moesten het vooral zelf zien te redden. Zij moesten in hun eigen levensonderhoud voorzien door over voldoende geld dan wel werk te beschikken. Vreemdelingen zonder bestaansmiddelen moesten het land worden uitgezet.77 Met het optuigen van de verzorgingsstaat na de tweede wereldoorlog en de inwerkingtreding van het VN Vluchtelingenverdrag in 1951, kreeg immigratie naar Nederland een ander karakter. Tegenwoordig komen de meeste niet-westerse migranten voor asiel of gezinsmigratie naar Nederland. Zij hoeven niet zelfvoorzienend te zijn om in Nederland te mogen verblijven. Daar komt bij dat zij veelal permanent in Nederland blijven wonen.78 Dit gewijzigde karakter van de immigratie heeft een sterke invloed op de niet-westerse bevolkingsgroei in Nederland. In de afgelopen 20 jaar is deze voor een groot deel het gevolg geweest van asiel- en gezinsmigratie.  

6.2 Wij zijn door immigratie stinkend rijk geworden

Immigratie heeft ons in het verleden geen windeieren gelegd. De Gouden Eeuw was geen gouden eeuw geweest zonder de duizenden immigranten die het Nederlands economisch succes kwamen versterken.79 Ook het aantrekken van duizenden gastarbeiders om de nijpende tekorten in laaggeschoold werk op te vangen heeft de welvaart in het naoorlogse Nederland flink doen stijgen. Maar zoals wel vaker gebeurt, bieden behaalde resultaten uit het verleden geen garantie voor de toekomst. Toen in de jaren ’80 van de vorige eeuw verschillende economische crises elkaar opvolgden, kwamen duizenden gastarbeiders zonder werk te zitten. Zij konden vaak niet meer omgeschoold worden met als gevolg dat zij langdurig op sociale voorzieningen gingen leunen. Al in 1989 gaf de WRR aan dat Nederland naar de toekomst toe steeds minder behoefte zou hebben aan laaggeschoolde arbeidskrachten. Een conclusie die het CBS in 2003 en De Amsterdam School of Economics in 2021 herhalen.80

upklyak – nl.freepik.com

Toch vindt er nog altijd geen selectie op het opleidingsniveau van asiel- en gezinsmigranten plaats. De kosten voor de schatkist zijn enorm: waar een arbeidsmigrant netto € 125.000 aan de samenleving bijdraagt gedurende zijn of haar verblijf in Nederland, kost een asielmigrant de samenleving gemiddeld € 475.000 en een gezinsmigrant € 275.000. De totale netto kosten voor migratie bedroegen in de periode 1995-2019 gemiddeld €17 miljard per jaar.81 Met andere woorden: ook als we rekening houden met de positieve bijdrage die arbeidsmigranten leveren aan de samenleving, zijn wij uiteindelijk nog veel méér geld kwijt om migranten met een ander immigratiemotief een bestaan te geven. Al in 2003 gaf het CBS aan dat de gemiddelde negatieve bijdrage van migranten niet alleen maar het gevolg is van een achterblijvende arbeidsmarktprestatie maar ook veroorzaakt wordt door het genereuze systeem van collectieve regelingen: zolang migranten bij binnenkomst dezelfde sociaaleconomische kenmerken hebben als de huidige niet-westerse ingezetenen, zullen zij een belastende factor voor de overheidsfinanciën blijven vormen.82

6.3 Migratie is nodig om de vergrijzing tegen te gaan

De Nederlandse autochtone bevolking vergrijst en het geboortesaldo onder de autochtone bevolking is te laag om het bevolkingsniveau in stand te houden. Op papier zou migratie dan ook uitkomst kunnen bieden om de vergrijzing tegen te gaan. Al in 2003 concludeerde het CBS dat de migranten die naar Nederland komen de kosten van de vergrijzing niet kunnen dempen, omdat zij zelf de overheidsfinanciën al belasten.83 Ook het rapport grenzeloze verzorgingsstaat geeft aan dat, om vergrijzing tegen te gaan, er zoveel arbeidsmigranten aangetrokken moeten worden dat dit zou leiden tot een disproportionele bevolkingsgroei.84 

 upklyak – nl.freepik

Maar belangrijker nog is dat we al heel lang een grote mismatch hebben tussen wat wij als vergrijzend land aan ondersteuning nodig hebben en het type migrant dat naar Nederland komt. Aan arbeidsmigranten buiten de Europese Unie stellen wij allerlei eisen om te waarborgen dat hun arbeid een aanvulling is voor de Nederlandse samenleving. Maar voor de grote groep mensen die hier als asielzoeker of gezinsmigrant komt, juist die mensen die zich hier veelal permanent vestigen en in de afgelopen 20 jaar voor een groot deel verantwoordelijk zijn geweest voor de niet-westerse bevolkingsgroei, doen wij dat niet. Het gevolg is enerzijds een grote druk op de collectieve voorzieningen omdat wij deze migranten geen of slechts laagbetaald, ongeschoold werk kunnen bieden en anderzijds vergroten wij de sociaalemotionele problemen bij deze migranten omdat ze hier alleen een leven in armoede kunnen leiden waar zij zelf bijna niet uit kunnen komen.85

De oplossing lijkt simpel: een strengere selectie aan de poort. Alleen nog die migranten toelaten die vanuit hun achtergrond, opleiding en ervaring een positieve bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse samenleving. Maar dan lopen we al snel tegen het probleem aan dat wij niet soeverein zijn in ons migratiebeleid.86 Moeten we dan maar de grenzen dichtgooien? Ook dat zal tegen de nodige internationale verdragen indruisen. Zolang die impasse voortduurt kan migratie geen oplossing zijn om vergrijzing tegen te gaan, maar lijkt zij eerder de financiële druk op de vergrijzende landen te vergroten.

7. Schaffen WIR das?

Er was eens een groot Nederlands bedrijf dat witgoed verkocht op de Zuid-Amerikaanse markt. Het bedrijf groeide en groeide totdat het zo groot was geworden dat niemand meer wist hoe ze het bedrijf moesten besturen. Toen de wolf kwam en blies, stortte het hele bedrijf als een kaartenhuis in elkaar. De rechter achtte de bestuurders en toezichthouders verantwoordelijk voor de teloorgang van dit bedrijf: door de snelle groei was het bedrijf onbestuurbaar geworden, de interne processen waren niet op orde, de boekhouding klopte niet, er werd te veel geld uitgegeven aan verkeerde zaken en het management was niet deskundig genoeg om hun taken goed uit te voeren. De rechter rekende het bestuur vooral aan dat het bedrijf bleef doorgroeien, terwijl het intern een rommeltje was. Zij hadden de tijd en het geld beter kunnen gebruiken om eerst het eigen huis op orde te brengen.87

Sinds deze uitspraak moeten bestuurders van bedrijven goed op hun tellen passen, maar zouden bestuurders van landen dat niet evenzo moeten doen? Als we kijken naar “het bedrijf Nederland”, dan is de bevolking in de afgelopen 20 jaar met 10% gegroeid, vrijwel volledig door migratie. Vergrijzing, migratie en toenemend zorggebruik leggen grote druk op de houdbaarheid van onze sociale voorzieningen. Om de collectieve sector betaalbaar te houden, hebben onze bestuurders er tot nu toe voor gekozen om te bezuinigen, te versoberen en de lasten voor burgers te verhogen. De bezuinigingen hebben bij vrijwel alle overheidsinstanties tot tekorten in kennis en capaciteit geleid, die op hun beurt weer tot uitvoeringsproblemen leidden en van daaruit naar uitwassen zoals de kinderopvangtoeslagaffaire. Het versoberen van voorzieningen heeft vooral tot veel kostbare bureaucratische rompslomp geleid en door alle lastenverhogingen staat het water bij steeds meer huishoudens aan de lippen.88 We komen een miljoen woningen tekort, de leefbaarheid in buurten staat onder druk, spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen lopen op, de kwaliteit van het onderwijs wordt al 20 jaar uitgehold, agressie en zware criminaliteit nemen toe, de zorg wordt onbetaalbaar en we hebben een acuut milieuprobleem. We groeien en groeien maar door zonder ons te bekommeren of de samenleving deze groei wel kan dragen, zonder ons af te vragen of we wel de juiste prioriteiten stellen en of we ons geld goed besteden. Dit terwijl de samenleving steeds meer signalen afgeeft dat zij overbelast is, de verdeeldheid in de samenleving toeneemt, veel overheidsprocessen vastlopen en het vertrouwen in onze overheidsfunctionarissen nog nooit zo laag is geweest.

Vele onderzoeken hebben inmiddels uitgewezen dat migratie grote druk legt op onze sociale voorzieningen. Vooral niet-westerse migranten komen gemiddeld onvoldoende mee. Zij verdienen structureel minder, maken meer gebruik van inkomensvoorzieningen, zijn lichamelijk en geestelijk ongezonder, hebben veelal een leerachterstand, wonen vaker in onleefbare buurten en zijn oververtegenwoordigd in criminaliteitscijfers. Over de hele linie hebben niet-westerse migranten vaker psychische klachten, die grotendeels het gevolg lijken te zijn van de lage financiële en sociaaleconomische positie waarin zij terechtkomen als zij hier komen wonen. Daar staat tegenover dat latere generaties niet-westerse migranten deze achterstanden wel inhalen: zij zijn hoger opgeleid en beter in staat om aan de maatschappij mee te doen dan hun (groot)ouders. Onderwijs lijkt daarbij hét middel om ongelijkheid en achterstanden onder migranten te verminderen. Temeer omdat de extra kosten om leerachterstanden op te pakken meevallen ten opzichte van de totale onderwijsuitgaven. Migratie kan op termijn voordeel opleveren, maar daar gaan vaak meerdere generaties overheen. Zolang wij elke dag mensen toelaten die met een achterstand in Nederland beginnen, gaat elk financieel en sociaaleconomisch voordeel van migratie verloren. Het is dweilen met de kraan open.

We weten al ruim 30 jaar dat Nederland steeds minder plek heeft voor laaggeschoolde mensen. Toch valt het merendeel van de niet-westerse bevolkingsgroei in de afgelopen 20 jaar in deze categorie. Behalve dat we een extra sociale onderklasse creëren, concurreren deze niet-westerse migranten voor werk, woningen en sociale voorzieningen met de laaggeschoolde autochtone bevolking. Die concurrentie verhevigt door woningnood, verschralende sociale voorzieningen en stijgende kosten voor levensonderhoud. Uiteindelijk ontwricht het de hele samenleving, simpelweg omdat we aan een groeiende groep mensen geen goede plek in de maatschappij meer kunnen bieden. Nein, wir schaffen es nicht (mehr).


Noten:

1 Jacqueline van Beuningen, Sentimenten over de samenleving en tevredenheid met eigen leven, CBS-longread 30 juni 2020.

2 In dit artikel wordt onderscheid gemaakt tussen autochtone inwoners, migranten met een westerse achtergrond en migranten met een niet-westerse achtergrond. Hierbij wordt de indeling van het CBS aangehouden. De autochtone bevolking omvat de mensen die zijn geboren en getogen in Nederland. Derde-generatie migranten en verder vallen ook onder de autochtone bevolking. Westerse migranten komen uit Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika, Oceanië, Indonesië en Japan. Niet-westerse migranten komen uit Afrika, Latijns-Amerika, Azië (exclusief Indonesië en Japan) en Turkije. Alhoewel er grote diversiteit bestaat binnen deze categorieën is voor deze indeling gekozen omdat op financieel en sociaaleconomisch vlak er meer overeenkomsten dan verschillen zijn. Daar komt bij dat niet een enkele etniciteit wordt uitgelicht. Doel van het artikel is om inzicht te geven, niet om met een beschuldigende vinger te wijzen.

3 De dip in de niet-westerse bevolkingsgroei in de periode 2012-2014 hangt samen met de lagere immigratie in de periode 2010-2012. Deze lagere immigratie lijkt het gevolg te zijn van de financiële crisis die in 2008 begon.

4 CBS.

5 CBS-prognose bevolking 2021-2070.

6 CBS.

7 CBS.

8 Staat van de migratie 2021.

9 Parool.nl, vier gemeenten en regio Rotterdam moeten verplicht asielzoekers gaan opvangen, 14 december 2021.

10 Door het aantal afgegeven verblijfsvergunningen te delen op het aantal asielverzoeken inclusief nareizigers, verkrijg je het gemiddelde toelatingspercentage over de laatste 20 jaar. Het restant is het afwijzingspercentage.

11 Het Schengenverdrag regelt het vrije verkeer van personen binnen de Europese Unie.

12 Brief Ministerie van Justitie en Veiligheid, Onderzoek Vluchtelingenverdrag, 3 juli 2020.

13 CBS.

14 Dit geldt overigens niet voor asielmigranten en nareizende familieleden.

15 Staat van de migratie 2021.

16 CBS ‘Hoeveel mensen met een migratieachtergrond wonen er in Nederland’, Oktober 2021.

17 GGD Amsterdam, Gezondheid van oudere migranten in de vier grote steden, 2015. CBS, Jaarrapport integratie 2018.

18 In het artikel de sociale illusie laat ik zien dat mensen met een laag inkomen gemiddeld 11% meer zorg afnemen dan mensen met een hoger inkomen, veelal veroorzaakt door een ongezondere levensstijl. Veel mensen met een laag inkomen hebben een migratieachtergrond.

19 Onderzoekscentrum Covid-19 en Etniciteit, Bevolkingsgroepen met een migratieachtergrond zwaarder getroffen door Covid-19, mei 2021.

20 RIVM Corona Gedragsunit, Vaccinatiebereidheid COVID-19 onder groepen met een migratieachtergrond; verkenning van beïnvloedende factoren en strategieën voor communicatie en beleid, 21 mei 2021.

21 Pharos.nl/thema/migranten-en-gezondheid.

22 Kis.nl, Grote verschillen in gebruik jeugdzorg naar etnische herkomst, 21 september 2015.

23 Kis.nl, Sociale factoren mogelijk van invloed op psychische stoornissen migrantenjongeren, 28 oktober 2015.

24 CBS, jaarrapport integratie 2020.

25 J. Nuijen. L. Boller, T. van Doesum, A. van der Poel en M. Kleinjan, Kwetsbare jongvolwassenen met psychische problematiek, Trimbos Instituut, Juli 2019.

26 Pharos.nl.

27 GGD Amsterdam, Gezondheid van oudere migranten in de vier grote steden, 2015.

28 ARQ, Cultuurverschillen bij het praten over psychische gezondheid, 7 september 2021.

29 CBS.

30 NVM.nl; de gemiddelde m2-prijs voor een geliberaliseerde huurwoning bedroeg in 2021 € 13,93 /m2. In 2014 bedroeg de gemiddelde m2-prijs nog € 9,19/ m2.  

31 In het artikel de mythe van de koopkracht is een uitgebreidere analyse van de woningnood opgenomen.

32 CBS.

33 Leefbaarometer.nl. De leefbaarometer 2020 is ten tijde van het schrijven van dit artikel niet beschikbaar omdat deze herijkt wordt. Er mogen echter in de vernieuwde leefbaarometer geen indicatoren meer worden gebruikt die wijzen op migratieachtergrond. Ook het CBS heeft aangegeven vanaf 2022 het onderscheid tussen westerse en niet-westerse migratie los te laten. 2018 is derhalve het laatste jaar dat een volledige dataset beschikbaar is.

34 Daar staat tegenover dat Amsterdam heel veel kleine buurten heeft, de gemiddelde omvang van de buurten in de drie andere grote steden is twee tot vier keer zo groot.

35 Dit in tegenstelling tot de andere drie grote steden waar het aantal onvoldoende leefbare buurten is toegenomen.

36 Daarmee is niet gezegd dat de totale misdaad is afgenomen. We hebben weinig zicht op de ongeregistreerde misdaad, het ‘dark number’.  Zie ook het artikel de fabel van méér veiligheid.

37 In dit jaar brak ook een onderwereldoorlog uit in Amsterdam, die inmiddels de Mocro-oorlog is gaan heten. Een overzicht met liquidaties is te vinden op Wikipedia.

38 Een Halt-afdoening loopt buiten het strafrechtsysteem om. Jongeren die naar Halt worden doorverwezen krijgen ook geen strafblad. Om voor Halt in aanmerking te komen, moet de jongere wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Een van deze voorwaarden is dat de jongere schuld bekent.

39 Dr. Albert Boon, Melissa van Dorp MSc en Drs. Sjouk de Boer, Oververtegenwoordiging van jongeren met een migratieachtergrond in de strafrechtketen, Tijdschrift voor Criminologie, BJU Tijdschriften, Aflevering 3 2018.

40 Deze constatering kwam in paragraaf 4.2.2 ook al aan de orde.

41 Dr. Albert Boon e.a. 2018.

42 CBS.

43 Zie ook het artikel de fabel van méér veiligheid.

44 Tom van Dijk, Mervin van Veen en Ellen Cox, Slachtoffers van huiselijk geweld: aard, omvang, omstandigheden en hulpzoekgedrag, Infomart, 30 juni 2010.

45 F. Willemsen, Huiselijk geweld en herkomstland, een verkennend onderzoek naar de incidentie van huiselijk geweld en allochtone daders en slachtoffers, WODC 2007

46 T. van Dijk en E. Oppenhuis, Huiselijk geweld onder Surinamers, Antillianen en Arubanen, Marokkanen en Turken in Nederland, WODC 2002.

47 H.C.J. van der Veen en S. Bogaerts, Huiselijk geweld in Nederland, Overkoepelend syntheserapport van het vangst-hervangst-, slachtoffer- en daderonderzoek 2007-2010, Boom Juridische Uitgevers en WODC 2010.

48 Dr. Katinka Lünneman, Drs. Suzanne Tan, Drs. Sandra ter Woerds, Ernstig bedreigde vrouwen in de vrouwenopvang, onderzoek naar de veiligheidsrisico’s en mogelijkheden van onderduikadressen, Verwey-Jonker Instituut, februari 2006.

49 Brochure Veilig thuis, Andere cultuur, andere aanpak? Geweld in afhankelijkheidsrelaties en de hulpverlening in allochtone gezinnen, januari 2016.

50 Nos.nl, tientallen slachtoffers huiselijk geweld noodgedwongen opgevangen in hotels, 4 oktober 2019.

51 Rijksoverheid.nl/ Financiering aanpak onderwijsachterstanden/Voorschoolse en vroegschoolse educatie.

52 Tot 2019 werd de leerachterstand bepaald aan de hand van het onderwijsniveau van de ouders. In 2019 heeft het CBS een nieuwe onderwijsachterstandsindicator ontwikkeld. Uit deze indicator blijkt dat herkomst ook bepalend is voor de achterstandsscore van een leerling.

53 Het aantal autochtone leerlingen in het VO neemt met ingang van schooljaar 2016/2017 af. In het MBO is deze daling in 2011 al ingezet.

54 Internationale oproep om iemand te vermoorden.

55 Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Allochtonenbeleid, SDU ’s-Gravenhage 1989 nr. 36.

56 Pieter Lakeman, Binnen zonder kloppen, Nederlandse immigratiepolitiek en de economische gevolgen, Amsterdam 1999.

57 J. van de Beek, H. Roodenburg, J. Hartog en G. Keffer, Grenzeloze verzorgingsstaat, de gevolgen van immigratie voor de overheidsfinanciën, Amsterdam School of Economics, Universiteit van Amsterdam, 2021.

58 De Volkskrant, De integratie van minderheden moet met lef worden aangepakt, 12 september 1991.

59 Paul Scheffer, Het multiculturele drama, NRC Handelsblad 29 januari 2000.

60 Pim Fortuyn, Tegen de islamisering van onze cultuur, Nederlandse identiteit als fundament; A.W. Bruna Uitgevers B.V. 1997; pvv.nl; fvd.nl

61 De term is ontleend aan het boek Winnaars en verliezers van Leo en Jan Lucassen uit 2010.

62 Zowel Pim Fortuyn als Geert Wilders en Thierry Baudet worden beschouwd als een gevaar voor de democratie.

63 Kis.nl

64 Persbericht Europese Commissie, Beloningstransparantie: Commissie stelt maatregelen voor om te zorgen voor gelijke beloning voor gelijke arbeid, 4 maart 2021, www.ec.europa.eu.

65 Volkskrant.nl, Eindelijk een vrouwenquotum, maar gaat het ook helpen? Mannen moeten af van hun gekwetste trots, 28 september 2021.

66 Kis,nl, Emancipatiemonitor: vrouwen met een migratieachtergrond blijven achter, 14 december 2018.

67 Fidan Ekiz, Waarom het nieuwe moslimfeminisme wél gaat werken, Brainwash, 29 mei 2018.

68 Cbs.nl, Emancipatiemonitor 2018.

69 Verzamelnaam voor lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender en intersekse personen.

70 L. Kuyper, Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa, Sociaal en Cultureel Planbureau, Den Haag, mei 2018.

71 Homoacceptatie is ook lager in christelijk protestante gemeenten en niet-stedelijke gebieden.

72 Kis.nl, Factcheck: neemt homoacceptatie af en antihomogeweld toe? Augustus 2017.

73 Zie ook de conclusie van L. Kuyper 2018: ‘De Nederlandse bevolking denkt in het algemeen zeer positief over homo- en biseksualiteit,’ p9.

74 Handreiking LHBTI-emancipatie, feiten en cijfers op een rij, Movisie maart 2021.

75 Vroegere migratie was vaker tijdelijk, dan wel werden periodes van immigratie afgewisseld met emigratie. Zie ook grenzeloze verzorgingsstaat, p. 40.

76 Zie ook hoofdstuk 2 Bevolkingssamenstelling anno 2021.

77 Vreemdelingenwet 1849. Deze wet is tot 1967 van kracht gebleven.

78 Figuur 2.8 Grenzeloze verzorgingsstaat p.50: de blijf-kans van migranten die voor asiel of gezinsmigratie naar Nederland zijn gekomen ligt drie keer hoger dan de blijf-kans van migranten die voor studie of arbeid naar Nederland zijn gekomen.

79 Zie ook www.vijfeeuwenmigratie.nl

80 CBS, Immigration and the Dutch Economy, Juni 2003; Grenzeloze Verzorgingsstaat, maart 2021.

81 Grenzeloze verzorgingsstaat, pagina 12.

82 CBS, Immigration and the Dutch Economy p.12.

83 CBS, Immigration and the Dutch Economy, p.12.

84 Grenzeloze Verzorgingsstaat p. 16.

85 Zie ook paragraaf 4.2.2 Geestelijke gezondheidszorg: veel psychische problemen bij migranten worden veroorzaakt door financiële en sociaaleconomische achterstelling.

86 Nederland is als lid van de Europese Unie gebonden aan het verdrag voor de Europese Rechten Van de Mens en het Schengenverdrag.

87 Een zeer gesimplificeerde uitleg van het Ceteco-vonnis van december 2007.

88 Zie ook het artikel de sociale illusie.